Interview: Pierre Hupperts, Voorzitter Convenant Duurzame Kleding en Textiel

Pierre Hupperts, strategy director en partner van The Terrace, is de expert als het aankomt op het voorzitten van complexe onderhandelingen en het komen tot grootschalige oplossingen. Als zijn collega’s zien wij hem regelmatig druk bezig om alle bedrijven en andere belanghebbenden binnen een sector te bewegen naar meer verantwoorde en duurzame praktijken. Geen koud kunstje. Hoe doet hij dat en wat zijn de geheime ingrediënten? We vroegen het aan Pierre.

Convenant Duurzame Kleding en Textiel

‘Wat het afgelopen jaar in mijn werk centraal stond, was het Internationale MVO Convenant Kleding en Textiel. Ik heb de onderhandelingen voorgezeten. Dat Convenant is op 4 juli jl. ondertekend door ruim zestig bedrijven, brancheorganisaties, NGO’s, vakbonden en de Nederlandse overheid. Dat is echt een mijlpaal. Het is mooi om te zien dat na een jaar dat Convenant er ligt en dat al die partijen zich gaan inspannen om de verduurzaming van die sector voor elkaar te krijgen.’

‘Wat opvalt is dat het convenant ambitieus, breed en veel is. Samen zijn negen thema’s bepaald die worden aangepakt, zoals kinderarbeid, leefbaar loon, gedwongen arbeid, milieuverontreiniging en dierenwelzijn. De komende maanden ontwikkelen bedrijven een plan van aanpak waarin zij aangeven of deze issues bij hen in de keten voorkomen en wat ze daaraan gaan doen. Daarnaast wordt er ook gekeken wat zij collectief kunnen doen. Veel van de thema’s zijn systemische problemen die niet zomaar even door een overheid of een bedrijf kunnen worden geregeld. Daarvoor moet met stakeholders op lokaal niveau, in de productielanden, worden samengewerkt. Dat is het mooie aan het Convenant. Partijen gaan samen die systemische issues oppakken, in Nederland en in de productielanden. Dat maakt het een heel mooi initiatief.’

Succesfactoren

‘Een succesvol Convenant begint met het commitment van partijen. De wil om het samen te gaan doen. Iedereen moet voor een oplossing willen gaan. Vervolgens moet die wil worden omgezet in concrete doelstellingen waar overeenstemming over moet worden bereikt. Daarbij mag het wel ambitieus zijn. Alle onderwerpen van het Convenant zijn hardnekkig en bestaan vaak al decennia. Je moet dus ambitie hebben om deze te kunnen aanpakken.’

‘Het aansluiten bij internationale initiatieven is een belangrijk onderdeel voor de slagingskans van het Convenant. In Nederland hebben wij 1 tot 2 procent van de wereldmarkt van textiel. Willen wij echt verandering teweeg brengen in productielanden dan moeten we samenwerken met andere landen, bijvoorbeeld met de Duitse Textielbundnis om samen iets doen aan een of meer van de negen thema's. Of met de EU om Europese afspraken te maken over verduurzaming van de sector. En andere initiatieven zoals de Fair Wear Foundation en Made-by, en de ILO met het Better Work programma. Daarnaast zijn een goed secretariaat en voorzitter nodig om het te begeleiden. ‘

Grootste uitdaging

‘Om tot concrete doelstellingen te komen tussen al die partijen is een uitdaging. Uiteindelijk kan een Convenant alleen maar tot stand komen als partijen bereid zijn om compromissen te sluiten. Dat betekent dat je bijna nooit 100 procent van je eigen wensen binnen haalt. Je moet concessies doen en toch de ambitie overeind houden. Compromissen vinden voor alle activiteiten is echt de uitdaging. Als je kijkt naar mijn rol dan bestaat maar 20 procent uit het voorzitten van formele vergaderingen. De rest van mijn tijd ben ik bezig met bilaterale overleggen, met het zoeken van compromissen, met kleine overleggen tussen partijen om een akkoord te bereiken. De hoofdlijnen hadden we heel snel. Dat lag na 6 tot 8 weken wel op tafel. Om het dan vervolgens heel concreet en specifiek te maken is lastig omdat dan blijkt dat er grote verschillen in inzicht over de uitwerking gaan ontstaan. Die tegenstellingen omzetten in overeenstemming is een grote uitdaging. ‘

Toekomst

‘Ik geloof erg in de wijsheid van de crowd. Ik geloof in het feit dat wij samen meer weten dan een organisatie alleen. Dus ik ben een enorme voorstander van samenwerking, van multi-stakeholder processen waarbij bedrijven, NGO’s, kennisinstellingen en overheden samen gaan zoeken naar oplossingen voor nationale of internationale vraagstukken. De grote uitdaging is om alles wat er de afgelopen jaren gezaaid is aan duurzaamheid en duurzaamheidsinitiatieven nu veel ambitieuzer en veel sneller te gaan realiseren. Die motor in positieve verandering moet er echt komen.

 


Aandacht is het nieuwe groen

Twee grote merken lanceerden deze maand een nieuwe campagne waar ‘aandacht’ centraal staat. Ikea kwam met een nieuwe merkpositionering met de pay-off ‘Aandacht maakt alles mooier’ terwijl Aegon startte met de campagne ‘Aandacht voor je toekomst’. De merken lijken te volgen in een trend. Triodos maakt al een paar jaar sier met de slogan ‘Alles wat je aandacht geeft, groeit’ en ook vleeswarenfabrikant Stegeman stelt aandacht centraal in de communicatie.

Wat is hier aan de hand? Waarom is ‘aandacht’ het nieuwe toverwoord van marketeers en wat vindt de consument daar eigenlijk van? Uit recent onderzoek van De Persgroep Nederland blijkt dat zowel merken als consumenten een groeiende behoefte hebben aan echte aandacht. Ruim 70% van de ondervraagden verwacht dat het voor bedrijven steeds belangrijker wordt om hun oprechte aandacht te geven aan klanten. Waar veel bedrijven nu nog proberen aandacht te kopen, moet aandacht in onze tijd van internet en social media worden verdiend. Oftewel je moet aandacht geven om het te krijgen.

Eerste stap als merk is duidelijk maken waarvóór je dan precies aandacht hebt. In de eerste plaats je klanten, zoveel is duidelijk. Stegeman neemt dit wel heel letterlijk. In hun campagnefilmpje wordt de nietsvermoedende klaar-over moeder Lily meegetroond op paard en wagen naar acteur Thijs Römer, die haar in een kogelvrij vest staat op te wachten. Want: “Ze willen haar in het zonnetje zetten en daarbij is ze een groot fan van politieseries.” Leuk voor Lily, al die aandacht, maar de relatie met vleeswaren (en dus het merk) is volstrekt onduidelijk.

Dat doet Ikea toch beter. Met de nieuwe campagne toont Ikea hoe ontwerpers met aandacht bezig zijn met het ontwerpen van nieuwe producten, waarbij het principe van Democratic Design wordt gehanteerd: balans tussen design, kwaliteit, functionaliteit, duurzaamheid en prijs. Aandacht dus voor het product, de behoefte van klanten, en de wereld om hen heen.

Ikea begrijpt dat de keuken niet langer alleen dient om te koken, maar vaak het hart vormt van ons huis. Door vanuit het DNA van het merk in te spelen op deze latente behoefte weet Ikea gebruikers aan zich te verbinden. Duurzaamheid wordt hierbij integraal meegenomen en niet langer behandeld als een ‘dingetje’ dat ernaast wordt gedaan om de negatieve impact van het bedrijf te verminderen. Aandacht voor de aarde en samenleving is net zo vanzelfsprekend geworden als aandacht voor het product.

Het voorbeeld van Ikea laat zien hoe ‘oprechte aandacht’ gezien kan worden als een verschuiving van duurzaamheid en MVO naar ‘maatschappelijk relevant’ zijn. Aandacht is het nieuwe groen.

 


“Scoping Mission of the Colombian Coal Sector” Rapport is naar de Nederlandse overheid gestuurd

In de afgelopen jaren is verantwoorde steenkoolwinning hoog op de politieke agenda komen staan. Aangezien Nederland zeker de komende vijftien jaar nog veel steenkool zal blijven importeren, wil de Nederlandse regering verantwoord handelen binnen de steenkoolketen ondersteunen en versterken, met name in het belangrijkste herkomstland, Colombia.

De Nederlandse ambassade in Colombia heeft The Terrace en BSD Consulting de opdracht gegeven tot een ‘scoping mission’ van de Colombiaanse steenkoolsector. Het doel van de missie was de situatie van  de steenkool-producerende regio’s van Cesar en La Guajira (waar grootschalige en open pit kolenwinning bestemd voor de export is geconcentreerd) in kaart te brengen en de mogelijkheden met betrekking tot een potentiële Nederlandse bijdrage uiteen te zetten.

Ons team is naar Colombia gereisd om de mijnbouw regio's te bezoeken en met relevante groepen belanghebbenden te spreken (Colombiaanse overheid, lokale gemeenschappen, vakbonden, mijnbouwbedrijven, NGOs, etc.). Meer dan 50 interviews werden gedaan om ervoor te zorgen dat het voorstel voor een Nederlandse bijdrage aansluit op de Colombiaanse realiteit en de behoeften van de lokale belanghebbenden. De ‘scoping mission’ identificeerde verschillende uitdagingen op het gebied van milieu, arbeid en sociale vraagstukken in de steenkool producerende regio’s beïnvloed door een politieke context gevormd door vijftig jaar van intern conflict.

De Scoping Mission concludeert dat een bijdrage van de Nederlandse overheid aan de sociale-, milieu- en arbeidsuitdagingen in de steenkoolregio’s haalbaar en wenselijk is. Elke bijdrage moet opgezet en uitgevoerd worden in nauwe samenwerking met Colombiaanse belanghebbenden. De Scoping mission raad aan om de bijdrage van de Nederlandse overheid te organiseren in vier werkstromen:

a. Bemiddeling van een dialoog om de conflicten tussen de betrokken belanghebbenden op te lossen;

b. Middels continue dialoog, de Colombiaanse overheid stimuleren tot een meer proactieve houding in de aanpak van de sociale en milieu uitdagingen in de steenkoolgebieden;

c. Ondersteunen van het vergaren van betrouwbare en onafhankelijke data met betrekking tot de milieu- en sociale effecten, veroorzaakt door de lokale industriële ontwikkeling;

d. Ondersteunen van thematische projecten om de dringende problemen in de mijnregio’s te adresseren (bijvoorbeeld het verbeteren van water management).

Het eindverslag is door minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) naar de Tweede Kamer gestuurd ter voorbereiding van het bezoek van de minister aan Colombia in eind november. Het rapport “Scoping Mission: Understanding the Context of the Colombian Coal Sector” kan hier worden gedownload.


Scoping Mission of the Colombian Coal Sector, report for the Dutch Parliament

Responsible coal mining has become a major topic on the Dutch political agenda. For at least the next 15 years, coal will continue to be an important contributor to the country’s energy mix. Hence, the Dutch government is keen to support and strengthen responsible practices in the coal supply chain, in particular in the main sourcing country, Colombia.

At the request of the Embassy of the Kingdom of the Netherlands in Colombia, The Terrace and BSD Consulting were selected to do a “Scoping Mission of the Colombian Coal Sector”. The objective was to understand the situation on the ground in the coal mining regions of Cesar and La Guajira, where the operation of large-scale and open pit coal mining destined for export is concentrated, and to define the outline of a possible contribution of the Netherlands.

Our team travelled to Colombia to visit the mining regions and to speak to all relevant stakeholder groups (Colombian government, mining companies, labour unions, local communities, NGOs etc.). Over 50 interviews were undertaken to ensure that the defined proposal for a Dutch contribution is adjusted to Colombian reality and to local stakeholders’ needs. Many concerns were expressed regarding a large variety of social and environmental issues, influenced by a difficult political context with 50 years of internal conflict.

The Scoping Mission has concluded a contribution by the Dutch government to take on the social, environmental and labour challenges in the coal mining areas is feasible and desirable. This should be done in close cooperation with relevant Colombian stakeholders. The Scoping Mission recommends a contribution based in four possible work streams:

a. Mediation of a dialogue to solve conflicts between stakeholders;

b. Through continuous dialogue, encourage the Colombian government to be more proactive in addressing social and environmental challenges in the coal areas;

c. Support reliable and independent data collection of environmental and social impacts caused by local industrial development;

d. Support thematic projects that address pressing challenges in the mining region (e.g. to improve water management).

The final report has been sent to Dutch Parliament by Minister Ploumen (Foreign Trade and Development Cooperation), in preparation of the Minister’s visit to Colombia in late November. The report “Scoping Mission: Understanding the Context of the Colombian Coal Sector” can be downloaded here.


Wat doe je met onverwachte klanten? (en hoe je ze niet meteen weer kwijtraakt)

“Je gaat toch niet écht in zo’n lelijk hok rondrijden?” Sinds ik bekend heb een Mitsubishi Outlander te hebben aangeschaft word ik overspoeld door teleurgestelde reacties van vrienden en familie. Dat zijn autoliefhebbers, zeg maar “petrol heads”.

Maar ja…

Heel duurzaam zijn die diesel-slurpers niet, en de wens schoner te rijden stond toch bovenaan het lijstje toen het tijd werd voor een nieuwe auto. De Mitsubishi leek de ‘minst erge’ van alle hybride auto’s op de markt. Net iets minder lelijk en suf dan de anderen. Tel daar het fiscale voordeel bij op en de keus was snel gemaakt.

Met tegenzin, dat wel.

Merken zijn deel van onze identiteit

We hebben allemaal voorkeuren voor bepaalde merken. Bewust of onbewust - we zoeken kernmerken in een merk die overeenkomen met onze eigen, gewenste persoonlijkheid. Door een bepaald merk te gebruiken wordt je geassocieerd met de doelgroep waartoe je het liefst wilt behoren. Zo wil de één nog niet dood gevonden worden in een auto van Japanse makelij, terwijl een ander op buurtfeestjes niet ophoudt te praten over de fantastische technische snufjes van diezelfde bak.

Maar wat nou als ‘jouw’ merk niet het soort product of dienst kan leveren die voor jou heel belangrijk is (geworden)? Als geen van de merken van jouw voorkeur een duurzame keuze biedt? Het dwingt je uit je comfort zone te stappen en je heil te zoeken bij een ander merk. En bij dit merk ligt vervolgens de uitdaging om deze nieuwe, vaak onverwachte klanten voor de lange termijn aan zich te binden. Zonder bestaande klanten weg te jagen.

11.000 verkochte exemplaren zonder proefrit (maar Mit-subsidie)

Mitsubishi is een sterke speler op de hybride automarkt. Het Japanse merk sprak een paar jaar geleden de ambitie uit zich te gaan richten op de productie van duurzame SUV’s voor een betaalbare prijs. In 2020 heeft 20 procent van de auto’s een stekker. Elektrisch rijden wordt één van de pijlers van de mondiale verkoopstrategie.

Nu al met succes, zo lijkt het. Vorig jaar bracht het merk de semi-elektrische Outlander PHEV op de Europese markt. Mede dankzij het grote belastingvoordeel (daarom ook wel Mitsubsidie genoemd) vlogen de hybride’s de showroom uit. Maar liefst 11.000 exemplaren zijn inmiddels verkocht zonder dat de toekomstige eigenaar überhaupt een proefrit heeft gemaakt.

Ongemak in de showroom

Mitsubishi staat bekend om gebruiksvriendelijke auto’s voor een zeer betaalbare prijs. De dealers hebben hier hun verkooppraatje volledig op afgestemd. Maar hoe ze met de nieuwe groep van duurzame kopers om moeten gaan? Geen idee, zo blijkt als ik met getrokken portemonnee de showroom binnen kom.

Ze lijken zich te schamen voor de relatief hoge prijs van de duurzame Outlander, vinden extra opties zonde van het geld en weten bar weinig te vertellen over de duurzame kenmerken van de bolide. Bij elke onbeantwoorde vraag stijgt mijn ongemak. De duurzame ambitie van de top heeft duidelijk nog niet alle lagen van de organisatie bereikt.

Zo lang er weinig andere keuze is, zal Mitsubishi profiteren van de situatie. Toch is dat geen reden om achterover te leunen. Andere, Europese merken zitten Mitsubishi op de hielen en zullen snel volgen met hun eigen (betaalbare) hybride versie. En als de onverwachte klanten van Mitsubishi zich tegen die tijd nog niet thuis voelen bij de Japanner, gaan zij rechtsomkeert terug naar hun oude vertrouwde merken.

Ken je klant

Het op de markt brengen van een duurzaam product heeft veel gevolgen. Eén daarvan is dat je als merk mogelijk nieuwe doelgroepen aanboort. De groep consumenten die keuzes maakt op basis van de duurzaamheid van een product of merk wordt steeds groter. Deze groep consumenten oriënteert zich voortdurend op nieuwe ontwikkelingen in de markt en vindt het belangrijk zich goed te laten informeren.

Als merk moet je daarop voorbereid zijn. Je innovatieve voorsprong op de concurrent biedt alleen voordeel op korte termijn. Wil je nieuwe klanten ook op de lange termijn behouden, zal je meer moeite moeten doen. Je moet ze begrijpen. Wat drijft ze? Wat zijn hun diepste wensen? Dat betekent dat je verkopers moeten leren schakelen op verschillende groepen. Welke klant komt naar je toe voor de (lage) prijs, en welke klant verleid je met het technische verhaal achter je product?

Leer hun taal spreken. Als nieuwe klanten zich begrepen voelen, zouden ze zomaar (onverwachts) bij je kunnen blijven.


What to do with unexpected clients? - And how not to lose them

“You are not really going to ride that ugly car, are you?” Since I admitted to buying a Mitsubishi Outlander I get overwhelmed by disappointed reactions from friends and family. Because they are car lovers. Petrol heads.

I get their point, but…

The diesel guzzlers they love to drive are not very sustainable and a more environmental friendly car had been on top my wish list for quite some time. The Mitsubishi Outlander seemed the ‘least dreadful’ version of all hybrid cars on the market. A little less ugly and dull than the others, so to say. Take into account the tax benefit on top of that and the choice was easy.

Reluctantly though.

Brands are part of our identity

We all have our preferences for specific brands. Whether it is conscious or unconscious. We search for a brand with features that are in line with our own desired personality. By choosing a specific brand, we are associated with a target group to which we would like to belong. While one person does not want to be associated with a Japanese car at all, the next will not stop talking about the amazing technical features of the same car.

But what if ‘your’ brand does not deliver the kind of product or product features that are very important to you? What if none of the brands you prefer offer a sustainable choice?

That will force you to step out of your comfort zone and look at another brand. This brand then has the challenge to connect with these new, unexpected clients. And to keep them, without losing their existing clients.

11.000 sold cars without test-drive (but “Mit-subsidie”)

Mitsubishi is a strong player in the hybrid car market. A few years ago, the Japanese brand said to have the ambition to focus on the production of sustainable SUVs for an affordable price. In 2020, 20% of their cars will be electric or plug-in hybrid. Electric driving will become one of the pillars of their worldwide sales strategy.

And it is already paying off, so it seems. Last year the brand took the semi-electric Outlander PHEV to the European market. Aided by the significant the tax benefit (the Dutch nickname the brand ‘Mit-subsidie’ – with subsidy) there was a big run on this car. No less than 11.000 cars were sold without the future owners even taking a test-drive.

Awkwardness in the showroom

Mitsubishi is known for its user-friendly cars for an affordable price. The dealers have adjusted their sales pitch entirely to this message. But how do you approach this new group of sustainable buyers? They clearly have no idea, so it seems when I walk into the showroom with my wallet already pulled out.

Dealers seem to be ashamed for the relative high price of the sustainable Outlander. They think it is a waste of money to pay for the extra features and have almost nothing to say about the sustainable qualities of the car. With every unanswered question, I get more uncomfortable.

The green ambitions of the management have obviously not yet reached all layers of the company.

But as long as there are no serious alternatives, Mitsubishi will profit from this situation. However, there is no reason to sit back and relax. Other European brands will follow suit with their own affordable hybrid. And if Mitsubishi’s unexpected clients still do not feel at home with their new brand, they will go straight back to their own familiar brands.

Know your customer

Bringing a new sustainable product to the market has a lot of consequences. One of them is that you may gain a new target group. The group of consumers that makes choices based on the sustainability of a brand is growing. This group is focused on innovation in the market and they like to be well informed.

As a brand you need to be prepared for this. Being the first with an innovation only gets you one step ahead on short term. If you want to keep those customers in the long run, you need to make an effort. You have to understand your customers. What motivates them? What are their wishes?

This means that your sales people should learn how to handle different target groups. Which clients is motivated by price and which clients do you seduce with the technical aspects of the product?

Learn their language. If new clients feel understood, they might (unexpectedly) become a regular client


Baby you can drive my car: business opportunities in the sharing economy

A new economy is on the rise. A growing number of companies are gaining interest in an economy where collaboration is essential. This emerging economy has many names, from Collaborative Consumption to lease-society, from peer economy to maker movement. But it all comes down to the same thing: we share. This exchange is not only limited to tangible objects, but can also include the exchange of skills or services, for example a shared car drive.

Sharing is not a new phenomenon. But due to the Internet and other innovations the scale on which the sharing economy is operating is much bigger today. Where does this renewed interest in sharing come from and what are the opportunities for companies?

From hyper consumption to sharing economy

We live in a predominantly capitalistic society. Our way of consuming is based on a fascinating system. In order to sustain itself, it needs to grow. In order to grow, it needs to be fed with more consumption. Psychologically it works like this: people want to own more as they acquire more, which is of great convenience for business, they’ll produce and sell in an equal pace. Within the past century, we saw the unprecedented rise of individual property, credit, and commercials. Together they resulted in a system of hyper consumption.

Entering the 21st century - certainly after the start of the economic crisis of 2008 - we see a shift from a consuming, individual society to a culture where a growing number of people are starting to collaborate. During the crisis, people began to lose their trust in large organizations who seem to appear only as greedy, hungry monsters only looking for one thing: profits. The new emerging economy offers a new perspective to these people. Shared access overrules individual ownership, reputation is the new credit and commercials are replaced by the quality of the community. These three pillars are the basis of the Sharing Economy.

Shared access

In the sharing economy, it’s about ‘access’ over ownership. We have to make a mind shift, instead of owning a product; we’re using the services a product provides. In other words, we don’t need the light bulb, we need the lumen. Like mushrooms in autumn, companies with a sharing philosophy pop up everywhere. On the popular platform of Airbnb, people rent out their spare room, air mattress or backyard tree house to visitors. On peerby, neighbours lend out their toolkits. Do you need advice on your business plan, or do you want to learn Spanish? Konnektid will connect you to a person who can help. And for easy transport, you can always borrow a car via Snappcar. These platforms offer consumer-to-consumer sharing services. A typical B2B platform is Floow2, where heavy construction vehicles and business equipment are being shared. B2C platforms, such as Netflix, see their list of customers grow. Important in the sharing economy is your community or network. The bigger it is and the more whufffie you have, the more access to goods, skills and services are being offered. Which leads us to explore the whuffie-factor.

 Share stuff, gain whuff!

You probably wouldn't lend your car as easy to a stranger as you would with your garden tools. In essence, the exchange comes down to a relation of trust. Trust is mainly build on the reputation of both the lender and the borrower. In the sharing economy, reputation is your capital: it’s social capital. And its’ currency is called Whuffie. Whuffie originates from the book Down and Out in the Magic Kingdom by Cory Doctorow. In this novel, money no longer exists and people pay with whuffie. Whuffie is obtained through sharing goods, skills or other services. The good thing is: the more you share, the more whuffie you receive. For companies, social image or whuffie is just as important. Examples of companies who have already joined the sharing economy are Bosch, with a leasing model for washing machines and refrigerators, and Achmea, who have started their own sharing initiative: WeHelpen.

Community

Whuffie is a strange currency because it’s not directly visible. It is measured only in your relation to other people. You need to build a community of trust with the people or companies around you. Only trying to sell your product will not work. You will have to reach out to your customers and make a real, long-term connection, for example through a leasing system or after-sales services, so they will come back. But also think of the numerous opportunities there are online. The web is getting bigger and bigger and there are an increasing number of websites and apps that offer sharing opportunities all around the world. The sharing economy is a local community on global scale.

Together, we have created a glocal community where people can share items, save money and have more contact with each other, online but even better in real life. For companies, the sharing economy has created new markets via access versus ownership; it sparked the consumer mind-set of we and together instead me, me and me; it has extended customer relationships from ‘point in time’ to ‘point across time’ and created word of mouth through a user community.

The sharing economy is growing. Not only new individuals, but also institutions as the municipality of Amsterdam (Amsterdam Economic Board) and Brussels have shown interest and discuss the possibilities of how to best facilitate the sharing movement. This shows that the sharing economy is not just a flash in the pan but is here to stay.

Author: Fien, intern at The Terrace. In the coming months, she will submerge herself into the world of the sharing economy.


Black Friday: because shopping is fun, but should it be greener?

In Europe we look with wonder at the millions of Americans who line up in front of Walmart to get their hands on a good bargain the moment grandpa puts down his fork after a convivial turkey dinner. ‘Black Friday’, the day after Thanksgiving, marks the official start of the holiday shopping season in the United States. Retailers use the hype created around the tradition by offering appealing discounts that move consumers to camp outside of stores waiting for the early openings. This year, the National Retail Federation estimates 147 million Americans will start their holiday shopping during the Black Friday weekend, boosting sales of retailers who hope to clime out the red numbers into the black.

So what exactly is moving American consumers to give up their precious night’s sleep and spend hours on end queuing up to spare a few bucks? Fact is that for many, bargain hunting the day after is just as much of a tradition as the turkey and pumpkin pie on the night before. The rush of finding that two-for-one and being able to give your family members that extra special present under the Christmas tree can be a truly satisfying experience.

However, not everyone is thrilled about the exorbitant expression of American consumerism that heralds the holiday season every year. Reoccurring stories about fights and stampedes of frenzied shoppers have led to a somewhat tainted reputation of the tradition. In recent years, retailers themselves have become the cause of resentment due to their decision to move up opening times to 9 and even 8 p.m. on Thursday, nibbling their way into the sanctity of Thanksgiving Eve. Both employees and families are starting to grow weary of the relentless efforts of retailers to maximize their profits at the cost of family tradition.

The upside to all this fuss is that an increasing number of citizens and companies are seizing the discussion about Black Friday as an opportunity to push for positive change. Last year, Patagonia published their surprising and inspiring “Don’t Buy This Jacket” ad on Black Friday, encouraging consumers to think about the environmental impact of their behavior. This year, too, the call to use Black Friday as a moment to vote with your money and choose for sustainable alternatives is growing louder.

That definitely sounds good to us. Almost as good as a slice of pumpkin pie.

Written by Leontine Gast and Jacobien Crol