De toekomst van positive change - Blog Leontine Gast (2/2)

Hoe kunnen we nog meer positive change bereiken in de toekomst? Deze blog is gebaseerd op de speech die Leontine Gast gaf tijdens de gelegenheid van ons 10-jarig bestaan op 7 november 2017. In haar vorige blog keek Leontine terug op het ontstaan van The Terrace in 2007. Hier kijkt ze juist naar de toekomst van positive change aan de hand van haar eigen wensenlijstje –vier wensen.

Toekomst

Op vele gebieden is positieve verandering urgent: wij richten ons vooral op voeding, textiel en energie. Ik had 10 jaar geleden al haast, inmiddels is er geen tijd te verliezen om verbeteringen af te dwingen. Zeer urgente vraagstukken vragen om een slimme, innovatieve en integrale aanpak. Wat heel positief is dat er steeds meer formele doelstellingen komen. Die geven op nationaal en binnen bedrijven richting en bepalen het tempo.

Steeds vaker hoor je dat alle oplossingen voor veel van de maatschappelijke issues er al zijn. Zo weten we prima dat we afscheid moeten nemen van fossiele brand- en grondstoffen en dat we naar hernieuwbare materialen moeten. Waarom is het dan zo lastig om die oplossingen te omarmen en te implementeren. Dat antwoord ligt diep in onszelf, in ons allemaal.

Het menselijke gedrag is hetgeen ons tegenhoudt en ons verder brengt. Maar wij staan onszelf nog veel te vaak in de weg. Ons gedrag heeft meestal een korte termijn focus, soms per kwartaal, terwijl we beslissingen moeten nemen voor de lange termijn, de toekomst van generaties. Ons gedrag richt zich op het oplossen van zichtbare zaken, terwijl we beslissingen moeten nemen over onzichtbare zaken zoals CO2. Ons gedrag richt zich op het welzijn van mensen dichtbij, terwijl de migratie vanuit ver weg daar juist een grote rol in speelt.

Veel van ons leven nog altijd in de ver-van-mijn-bed-show en sommigen bouwen zelfs groot cynisme op, dat vind ik gevaarlijk. De wetenschap wordt afgedaan als verkeerd geïnformeerd en we blijven doen wat we altijd al deden. Namelijk meer nemen dan er feitelijk is. In 2017 vond de World Overshoot Day plaats op 2 augustus. In 1992 was ik in Rio de Janeiro, de eerste conferentie van de Verenigde Naties waar de onderwerpen ecologie en economie met elkaar verbonden werden. Toen was dit nog op 13 oktober, een dikke twee maanden later. En aangezien we nog steeds maar toegang hebben tot 1 planeet zullen we dus meer, betere en grotere stappen moeten zetten. En wel op mondiaal niveau. De 17 SDG’s geven duidelijk richting. Goal nummer 12, sustainable consumptie en productie is wat mij betreft de meest belangrijke om de andere 16 te kunnen realiseren en daar heb ik 4 toekomst wensen over.

Wens 1:

De eerste is om vaart te maken met de implementatie van een voedingspatroon waar plantaardige eiwitten een hoofdrol in spelen. Daar zijn vele redenen voor:

  • Ten eerste het klimaat: Landbouw dieren zijn goed voor een belangrijk deel van de CO2- emissies. De CO2 kilo equivalent van rundvlees is 27, die van eieren 4,8 en van bonen 2.
  • Ten tweede het milieu: 70% van het landbouwareaal wereldwijd wordt gebruikt voor de teelt van veevoer, inclusief pesticides en kunstmest. De gewassen zijn vooral soja en mais. Daarvoor worden bossen gekapt; dit levert monoculturen, verlies aan biodiversiteit en verschraling van de gronden.
  • Ten derde de mensen, de boeren: De spiraal om steeds groter te worden levert zeker niet altijd een beter product, een gelukkiger boer, voor een betere prijs. Het lijkt vaker juist een race naar beneden zonder winnaars. Stel je toch eens voor dat er wereldwijd 1 maaltijd per week verandert van gehaktballetjes naar groenteballetje, van kipnuggets naar falafel.

wens 1:

Mijn tweede wens is dat we alleen nog grondstoffen gebruiken die er al zijn. Voor het eerst in onze tijd leven we als mensheid voorbij onze planetary boundries. Onze levensstijl vraagt nu al 1,8 planeten en als we zo doorgaan houdt het simpelweg op. 3 miljard mensen bewegen van de lage klasse naar de middel klasse in 2030. Dat is goed nieuws, maar het geeft enorme druk op grondstoffen. Dus moeten we onze consumptie en productiepatronen opnieuw herzien.

Elke minuut worden er 1 miljoen plastic flessen gekocht. In 2015 werd 9% van het plastic recycled, 12% verbrand en 79% ging naar de stort. We kunnen alle materialen opnieuw gebruiken en datgene wat we nog uit de grond moeten halen wordt daarvoor gebruikt waar het nut het grootst is ten opzichte van de milieubelasting. Voor een gouden ring heb je bijvoorbeeld 10 ton gouderts nodig of 10 kilo mobiele telefoons. De schatting is dat er 100 miljoen mobiele telefoons in kastjes liggen niets te doen. Er wordt nog geen 10% van de telefoons recycled. Urban mining is een absolute noodzaak om efficiënter met grondstoffen om te gaan.

Wens 3:

Ten derde dat we alle beschikbare technologie en innovatie inzetten om transparantie in productieketens te bereiken. Er zijn al vele experimenten met blockchain in verschillende ketens en daar moeten we er veel meer van hebben.

Wens 4:

Mijn vierde wens is dat merken en mensen zich meer gaan richten op het invullen van een gat in de maatschappij dan het gat in de markt.

Merken zijn aanwezig in alles wat we in het dagelijks leven doen, en hebben daardoor de kracht om het gedrag van mensen te beïnvloeden; in wat we doen, kopen en vinden. Meer merken moeten deze invloed in gaan zetten om mensen te verleiden tot betere en duurzamere keuzes. Voor merken zelf wordt dat een aldoor slimmere keuze, niet in de laatste plaats omdat het steeds lastiger wordt om je met producten te onderscheiden op kwaliteit en mogelijkheden alleen.

“Moedige merken” verbinden zich op eigen wijze aan de issues van de samenleving waar ze deel van uitmaken. Hierbij durven ze tegen de stroom in te gaan en nemen ze hun verantwoordelijkheid in het vinden van oplossingen. Deze merken worden door de consument steeds meer gewaardeerd voor hun creativiteit en de positieve bijdrage die ze leveren. Merk en mens gaan gezamenlijk de strijd aan om de gaten in de maatschappij te dichten en geven zo vorm aan meer betekenis in de economie. We zien dit opkomen door kleine bedrijven en social entreprises. De impact zal echter veel meer vanuit de mainstream merken moeten komen. Daar hoop ik dat we een grote slag zullen maken en zullen we ook ons team voor uitbreiden.

Mijn 4 wensen voor positieve verandering zijn: plantaardige voeding, alle grondstoffen gebruiken die er al zijn, transparantie in ketens en meer activistische merken die positieve gedragsverandering omarmen. Ik hoop dat we de komende 10 jaar flink gas kunnen geven. Daar werk ik graag aan mee!

Geschreven door Leontine Gast (@leontinegast) voor ons 10-jarig jubileumevenement en voor The Terrace blogs. Bekijk hier de after-movie van ons evenement. Om up to date te blijven van The Terrace activiteiten, kunt u zich inschrijven voor onze nieuwsbrief.

 


Terugblik op 10 jaar positive change - Blog Leontine Gast (1/2)

Deze blog is gebaseerd op de speech die Leontine Gast, oprichter van The Terrace, gaf tijdens de gelegenheid van ons 10-jarig bestaan op 7 november 2017. Dit is een terugblik op het ontstaan van The Terrace in 2007, in de volgende blog schetst Leontine juist een vooruitblik aan de hand van haar eigen wensenlijstje voor de toekomst.

Wat speelde er in 2007 allemaal?

In de wereld van voeding startte het Europese EKO keurmerk, begon UTZ Certified met het Cacaoprogramma en lanceerde de Dierenbescherming het Beter Leven Keurmerk. De eerste Nederlandse Fair Trade Week ziet het licht. Aandacht voor klimaatverandering blijkt uit het feit dat de IPCC de Nobelprijs voor de Vrede ontvangt. En het was warm in 2007: de gemiddelde temperatuur was 11,2 graden en samen met 2006 de warmste jaren ooit gemeten sinds 1706.

Dit bestond er allemaal nog niet: WhatsApp, Uber, AirBnB, Spotify, Tesla en Pinterest. En de zoekterm ‘circulaire economie’ leverde nog geen enkel resultaat op.

We moesten vaak nog uitleggen dat duurzaamheid geen hype was, maar een onderdeel van de bedrijfsvoering. Dat het niet alleen om milieu maar ook om mensen ging. Inmiddels houden we ons gelukkig veel meer bezig met het bedenken en implementeren van oplossingen.

Hoe The Terrace is ontstaan

In 2006 ben ik weg gegaan bij Albert Heijn waar ik 9 jaar gewerkt heb. Daar ben ik in dienst gekomen als initiatiefnemer en oprichter van de biologische productlijn, een vernieuwend idee dat heel spannend was voor AH. En zeker ook voor mij! Ik wilde die impact voor de biologische landbouw graag bereiken. Dat lukte ook, en ik groeide binnen de organisatie. Gaandeweg werd ik echter steeds meer onderdeel van het bedrijf en begon mijn eigenheid wat te verliezen.

Ik was dus op zoek naar iets nieuws, maar wist nog niet precies wat en in welke vorm. Wat ik wel heel goed wist is dat ik me weer voor 100% bezig wilde houden met de wereld mooier maken. Dat was altijd al mijn drijfveer. Voor mijn eerste baan na mijn studie solliciteerde ik bij Unilever; daar kreeg ik een afwijzing met de motivatie dat ik wel slim genoeg was, maar ook te maatschappelijk geëngageerd was om bij het bedrijf te passen. Opvallend is dat toentertijd duurzaamheid helemaal nog niet op de agenda stond.

Vanaf midden 2000 zette het Nederlandse bedrijfsleven langzaam maar zeker het onderwerp duurzaamheid op de agenda. Uit ervaring als de eerste MVO-manager van AH en wellicht ook in Nederland, wist ik dat dit soort trajecten vaak tergend traag gingen. Zeker als er geen business case tegenover stond, werd het al snel heel dikke stroop. En omdat ik nogal ongeduldig van aard ben, dacht ik al snel dat dit soort trajecten prima bij verschillende bedrijven tegelijkertijd konden lopen. En dat ik mijn liefde voor merkstrategie daar goed voor kon inzetten. Zo begon ik in 2007 The Terrace, met de pay-off, “sustainable brands, competative edge”. Duurzaamheid als onderscheidend vermogen.

Mijn eerste opdracht was het creëren en toetsen van een innovatief drinkwater apparaat van Philips voor de Indiase markt. De eerste stagiaire betaalde ik aan het einde van de eerste maand cash omdat ik eigenlijk niet wist hoe dat werkte. Mijn zus die arbeidsadvocaat is, vond dat helemaal geen goed idee en heeft sindsdien alle contracten voor The Terrace gemaakt. De tweede opdracht was in samenwerking met Pierre Hupperts voor de HIER campagne. Een klimaat campagne om mensen en bedrijven bewust te maken van energieverbruik en wat je allemaal kon doen om je impact op het milieu te verminderen.

Limburgse honing en de Amsterdamse mosterd

Pierre en ik hebben elkaar in de 90er jaren ontmoet bij het Social Venture Network en aten sindsdien tenminste 1 keer per jaar Thais bij Birdies op de Zeedijk. Hoe verschillend wij als personen en achtergronden ook zijn, onze zakelijke en inhoudelijke gelijkgestemdheid maakt dat we goed samenwerken en dat leidde er in 2011 toe dat Pierre als partner toetrad tot Terrace. De combinatie van de Limburgse honing en de Amsterdamse mosterd levert voor onze klanten een mooi resultaat.

Het betekende wel dat Terrace een hybride positionering heeft; van strategie en stakeholder dialogen aan de ene kant en merkpositionering en communicatie aan de andere kant. We combineren de klassieke consultancy en de communicatiebureaus. Een breed pakket van diensten dus voor een klein bedrijf. Echter, het groene hart is wat alles met elkaar verbindt. De wens om de wereld mooier te maken, het analytische vermogen om keuzes te maken, de creativiteit om de vertaalslag naar de markt te maken. We zijn allemaal intrinsiek inhoudelijk gemotiveerd, willen van de hoed en de rand weten. Laatst zei iemand tegen mij dat we eigenlijk een content bureau zijn, ik denk dat dat ook wel klopt.

Vandaag

Anno 2017 zijn we met een vaste kern van 9 mensen, door alle werkende generaties heen. Zo houden de verschillende leeftijden elkaar goed op de hoogte en scherp. Er is bij Terrace altijd een bovengemiddeld aantal vrouwen werkzaam. Waarom weet ik niet, maar het feit is dat we dus altijd op zoek zijn naar groene mannen! We werken met een flexibele schil van experts op het gebied van Public Affairs, Video creatie, Infographics, Webbouwer, Dtp, etc. Zo hebben we altijd in huis wat we precies nodig hebben.

Ik vind dat je jong talent een baan moet bieden, zo krijgen ze een stabiele start in hun werkzame leven en kunnen ze eventueel een hypotheek aanvragen! We hebben vele geweldige medewerkers mogen begeleiden tot positive agents. En we hebben maar liefst 26 stagiaires opgeleid.

We hebben tot nu toe voor ruim 115 klanten gewerkt, van Ahrend tot Zonnatura. Met diverse vragenstukken op gebied van MVO strategie, merkstrategie en communicatie. Soms een opdracht van 2 maanden, soms voor vele jaren. We zijn 2 keer verhuisd en is er nog nooit een rekening niet betaald!

Ons werk betekent dat we in de kern van organisaties voor verandering zorgen, en dat heeft een grote mate van intimiteit. Als je geen vertrouwen hebt van de klant is het eigenlijk niet mogelijk om de gewenste verandering in gang te zetten. Een aardige anekdote is van een commercieel directeur jaren geleden. Hij ontving ons me de woorden: het is een zwarte dag, dat wij nou dure adviseurs moeten inhuren om ons MVO-beleid te maken. Jullie krijgen driekwartier en dat is eigenlijk al te lang! Na ruim 2 uur namen we afscheid en is hij altijd een ambassadeur geweest om MVO te implementeren en om ons aan te bevelen. Ons werk is eigenlijk altijd maatwerk, financieel niet altijd het meest rendabele maar wel het beste resultaat voor onze klanten.

Ik ben er trots op dat we met zo veel mooie bedrijven, merken en organisaties hebben mogen werken. In ons jubileumboekje laten we aan de hand van een aantal cases (NutriciaDopperMethodUnilever, Sociaal-Economische RaadSolidaridadResponsible Mining IndexLa CoppaAction) zien wat we bereikt hebben. Het was lastig om keuzes te maken over wie er in het boekje kwam, er zijn zoveel mooie verhalen te vertellen…

Toekomst

Voor de toekomst heb ik concrete 4 wensen voor positieve verandering waarmee we in mijn ogen de komende 10 jaar flink gas kunnen geven. Hier zal ik verder op ingaan in mijn volgende blog! Deze kan je begin januari verwachten! Stay tuned...

Heb je ons jubileumevenement gemist? Bekijk hier de after-movie!


winning by giving

Winning By Giving oftewel "Shared Value for Brands"

Branding as we know it zit in zwaar weer. Merken hebben steeds meer moeite om zich te onderscheiden. Waar vroeger de keus voor een pak vruchtensap nog overzichtelijk was (Appelsientje of huismerk), is de consument inmiddels verdoofd geraakt door de vele merken die met min of meer hetzelfde verhaal (vers! natuurlijk! gezond!) hun plek opeisen in het schap.

Daar komt bij dat met de komst van internet en social media een nieuwe generatie consumenten is opgestaan. Merken worden niet meer zo maar op hun woord geloofd – toegang tot informatie heeft transparantie en rekenschap hoog op de agenda gezet. Millennials willen merken met een oprechte propositie die echt iets van waarde toevoegen, en niet zomaar het zoveelste variant aanbieden.

De consument die slechts als ‘eindstation’ dient van de keten is snel aan het verdwijnen. We (her)claimen onze rol als burger, als vriend, als ouder of kind en zoeken naar merken die ons ondersteunen in onze waarden. We gebruiken merken als platform waar we onze identiteit uitbouwen en waar we gelijkgestemden vinden.

Veel te veel merken slagen er echter nog altijd niet in om de beloftes die ze doen, waar te maken. Hier heerst nog altijd de gedachte dat met MVO-beleid en corporate giving de negatieve impact van het business model kan compenseren. Maar in de transparante wereld waarin we leven, kan je geen goede naam opbouwen met een verdienmodel dat in de kern niet deugt. Het gaat niet om wat je als merk ‘goed’ doet om het slechte te compenseren. Creating shared value gaat om het positieve verschil maken mét je merk.

Shared value brands als Triodos, Patagonia en Method begrijpen dit. Zij worden herkend, geliefd en gekozen omdat ze waarde toevoegen aan de wereld om hen heen. Niet alleen voor hun gebruikers, maar ook de gemeenschap, werknemers, leveranciers: het hele ecosysteem om het merk heen.

Door iedereen actief bij het merk te betrekken ontstaat er een beweging waar samen wordt gewerkt aan positieve verandering. In plaats van “consumenten" hebben deze merken supporters die zich met liefde inzetten voor het verschil dat jij met je merk wil maken.

Een business propositie die zich vertaalt naar winst voor het bedrijf, haar gebruikers, en de wereld om hen heen. Dat is de kracht van “shared value for brands”.

Meer weten: kom op 3 september naar het Winning By Giving event. Dit wordt georganiseerd door NIMA, InnateMotion, The Terrace en De Hollandsche Meesters. Aanmelden graag via deze link: http://bit.ly/1PbLf4O


Brandaid? Bedrijven en hulpverlening: shared value in tijden van nood

Op 25 april werd Nepal getroffen door een zware aardbeving die tot nu toe bijna 8.000 mensen het leven heeft gekost. Volgens het Rode Kruis is er, twee weken na de ramp, nog steeds grote behoefte aan basishulp, zoals schoon drinkwater, tenten, zeilen en medische hulp. In Nederland startten de samenwerkende hulporganisaties een actieweek om geld in te zamelen voor de duizenden slachtoffers die dringend hulp nodig hebben. De actie eindigt vanavond.

Scholen, sportverenigingen, kerken, BN’ers – de betrokkenheid bij grote rampen is groot. Ook grote bedrijven dragen steeds vaker zichtbaar bij aan noodhulpverlening. Vaak in de vorm van donaties, maar in toenemende mate ook door structurele samenwerking met internationale hulporganisaties zoals het Rode Kruis en het UN World Food Program.

Multinationals als de nieuwe barmhartige Samaritaan?

Yeah right. Logisch dat de groeiende aanwezigheid van corporates in de non-profit wereld van noodhulp tot scepsis leidt. Maar veel hulporganisaties spreken zich inmiddels uitgesproken uit vóór gecoördineerde samenwerking met het bedrijfsleven. Ook uit onderzoek blijkt dat samenwerking met de private sector noodhulp duurzamer en efficiënter maakt.

De echte waarde die bedrijven toevoegen komt niet in harde dollars, maar in de specifieke capaciteiten die ze vanuit hun core business leveren. De grootste directe hulp komt in de vorm van nieuwe technologie en andere innovaties, en het delen van technische capaciteiten zoals logistiek en telecommunicatie. Zo deelt DSM kennis en producten op het gebied van voeding. Via het World Food Program leveren ze poederzakjes die rijk zijn aan vitaminen en mineralen, zodat de slachtoffers in Nepal – maar ook miljoenen in andere crisisgebieden – toegang hebben tot verrijkt voedsel.

What’s in it for DSM?

Is deze hulp van multinationals volledig onzelfzuchtig of wordt menselijk lijden gebruikt voor het maken van schaamteloze reclame? Natuurlijk is betrokkenheid goed voor het imago van een bedrijf. Als op het journaal te zien is dat hulpverleners rondrijden in een Landrover doet dat meer voor je merk dan een reclame met mooie mensen die een fantastisch leven leiden.

Ook heeft het een positieve invloed op de moraal van werknemers. Want wie wil er nu niet werken voor een organisatie die opstaat om mensen in nood te helpen? Het Rode Kruis maakt het met hun Distaster Relief Partner Program voor bedrijven makkelijk om hun medewerkers snel, eenvoudig, creatief en krachtig in actie te laten komen.

Maar veel bedrijven kijken ook verder dan de eerste periode van crisishulp. Helaas zijn het vooral minder ontwikkelde landen die getroffen worden door zwaar natuurgeweld of humanitaire crisis. Veel gebieden kampten ook voor het uitbreken van de ramp met gebrekkige toegang tot schoon drinkwater, voedsel en moderne communicatiemiddelen.

Hoe wrang het ook is, ingrijpende gebeurtenissen zoals een aardbeving of overstroming kunnen het getroffen gebied in aanraking brengen met nieuwe technologie en andere innovaties. Ook tijdens en na de wederopbouw kunnen deze duurzame waarde toevoegen aan kwaliteit van leven van de lokale bevolking. Bijvoorbeeld door de introductie van mobiele telefonie, zonnepanelen of een verbeterde infrastructuur.

En ja, ook bedrijven spinnen daar garen bij. Want welvaart voor de locals betekent mogelijk nieuwe markten voor bedrijven. En dat is waar shared value over gaat. Het zien van business opportunities door het oplossen van maatschappelijke issues.

Geschreven door Jacobien Crol & Leontine Gast

De landelijke actie voor Nepal eindigt vanavond. Ook daarna kunnen mensen via www.giro555.nl blijven helpen. Directe noodhulp blijft de komende tijd hard nodig.

 

 

 

 

 

 

 


Zonder samenwerking bestaat er geen duurzame toekomst - Weg met de patenten!

Toyota’s eerste waterstofauto, de Mirai (Japans voor toekomst), rolde in december 2014 van de band. Het resultaat van twintig jaar en miljarden dollars aan innovatie. Een maand later kondigde het bedrijf aan alle 8.340 patenten op het gebied van waterstoftechnologie vrij te geven. Slacht Toyota zo niet de kip met de gouden eieren?

Toyota wil met het vrijgeven van de patenten de ontwikkeling van de waterstofauto een impuls geven. Een aantal technologische hindernissen stond de opmars hiervan in de weg. Nu Toyota hier grotendeels een oplossing voor heeft gevonden, moedigt het andere fabrikanten aan de technologie te omarmen en zo de ontwikkeling van het rijden op waterstof stimuleren.

Rood lampje? Even omrijden.

Dat is nodig, want Nederland heeft bijvoorbeeld nog maar één particulier tankstation voor waterstof, in Rotterdam. Niet handig als onderweg van Leeuwarden naar Groningen het rode lampje begint te branden.

 Terwijl de waterstofauto toch een aantal grote voordelen kent boven het elektrisch rijden. Waar de gemiddelde elektrische auto niet verder komt dan 200 km, doet de Mirai met een actieradius van 650 km niet onder voor een diesel of benzine auto. Ook gaat het tanken (als je eenmaal een station hebt gevonden) veel sneller dan bij de elektrische wagen: 4 minuten versus uren duimdraaien bij de laadpaal.

 Groot gelijk dus dat Toyota hoopt dat andere automerken haast maken met het ontwikkelen van een vergelijkbaar product. Alleen gaan ze de strijd met de andere auto van de toekomst – de elektrische auto met stekker – niet winnen. Deze is in korte tijd een zichtbaar onderdeel geworden van ons straatbeeld. Laadpalen schieten als paddenstoelen uit de grond, en Tesla CEO Elon Musk ging Toyota al voor in het vrijgeven van patenten in de hoop deze ontwikkeling te versnellen.

 Voor Toyota moet de vaart er dus in, voordat de elektrische auto het volledig overneemt en de waterstofauto een goed bedoeld experiment blijft. Bedankt voor de moeite, maar wij laden lekker met een stekker. Wèg investering.

Dat ziet er patent-uit

Interessant bij de strijd om het duurzame rijden is de rol van patenten. Ooit begonnen als een manier om innovaties te stimuleren, ontwikkelden patenten zich in the 20ste en 21ste eeuw steeds meer als een juridisch wapen voor multinationals om concurrenten dwars te zitten. Met als resultaat dat waardevolle innovaties juist op de plank blijven liggen in plaats van technologische vooruitgang aan te moedigen.

Tesla en Toyata laten nu zien dat – in hun sector – het patent haar functie aan het verliezen is. Het levensvatbaar maken van nieuwe technologieën is niet langer afhankelijk van exclusiviteit en concurrentie, maar gedijt juist bij openheid en co-creatie.

Juist duurzame innovaties vragen om nieuwe business modellen die gebaseerd zijn op (andere) samenwerking met andere partijen – ook met concurrenten. Want om oude systemen te doorbreken en te vervangen voor een duurzaam alternatief is een beweging nodig die breder is dan een individueel bedrijf. Samenwerking wordt een voorwaarde voor winst – zowel voor het bedrijf, als voor de samenleving.


Waar staat jouw merk voor?

Als marketeer is het je doel om fans te krijgen en houden. Dat doe je door het verschil te maken. En door te laten zien wat je drijft. Waar je voor staat. Maar hoe kom je nu het beste tot de kern van je merk?

Merk positioneringsmodellen

Merk positioneringsmodellen komen voor in allerlei vormen, van brand diamond, brand propellor, tot brand sun etc. Prachtige A4tjes waar de essentie van het merk op staat. De waarheid over het merk om collega’s en externen te briefen en aan te sturen. De meeste zijn geïnspireerd op de brand key: het model dat de Unilever Marketing Academy ontwikkelde om hun merken internationaal consistent aan te sturen. Een A4tje, met alle belangrijke informatie overzichtelijk in negen punten vastgelegd. Als marketing strateeg zie ik ze in allerlei vormen: van saaie Word documenten tot en met inspirerend vormgegeven kunstwerken. Het goed definiëren van jouw merk is geen sinecure. Het vraagt om vele beslissingen en die beslissingen samen bepalen de kracht van het merk.

Marketeers en brand managers kennen de noodzaak om een scherpe positie in de markt te kiezen. Wie is het merk, voor welke doelgroep ben je altijd de beste keuze en natuurlijk een vlijmscherp geformuleerde consumer insight. We kunnen niet zonder.

Als merk ergens voor staan

De brand key is wat mij betreft zeer versleten. Deze tijd waarin het oude rammelt en het nieuwe opkomt, vraagt moed om het oude los te laten en het nieuwe te omarmen.

In dit geval voldoet de brand key niet meer omdat het geen rekening houdt met de wereld om het merk heen, zowel de interne organisatie als externe stakeholders komen onvoldoende aan bod. En in isolatie heeft geen enkel merk meer succes. Naast de functionele en emotionele voordelen verwachten consumenten steeds vaker “gelijkgestemdheid”. Kiezen voor een merk met dezelfde waarden als zijzelf hebben, een merk dat niet alleen ergens voor staat maar ook ergens om geeft! En dan bedoel ik niet de briefing aan het reclame bureau “verzin een authentieke campagne”.

Ik vind dat merken moeten bepalen hoe ze het leven van mensen kunnen verbeteren en verrijken, maatschappelijke issues aan de kaak stellen en oplossen. Daarvoor schieten de huidige positioneringsmodellen tekort.

Er is een inspiratiemodel nodig dat marketeers helpt om hun vak met trots uit te voeren en dat bedrijven helpt om echte waarde te creëren. Merken hebben de kracht om mensen elke dag betere, gezondere en duurzamere keuzes te laten maken. Merken kunnen helpen een nieuwe visie op kwaliteit van leven neer te zetten. Merken kunnen richting geven, door de duurzame route in te slaan. Merken kunnen mensen enthousiast maken voor die nieuwe richting. Merken kunnen het gedrag van mensen positief veranderen.

Het ‘Brand Purpose Model’ van The Terrace

Als opwarmer starten wij met de vraag: “wat is het mooiste wat je met je merk kunt doen”. Pats! Dat geeft stof tot nadenken, en breekt met de wetten van marketing mechanieken. Dit is je kans om ergens iets van te vinden, een mening te hebben. Ergens voor te staan. En dat is precies wat klanten van je willen. Dat is hoe je voorkeur creëert.

Het “Brand Purpose Model” van The Terrace levert bedrijven een holistische kijk op de business om de purpose scherp, het doel te formuleren. Voor het proces heeft de marketeer niet alleen zijn eigen team nodig maar ook collega’s van PR/PA, Sales & CSR/MVO. Ook de algemeen directeur aan tafel is zeer wenselijk. Zonder het verbinden van verschillende disciplines ontstaat er geen door de organisatie gedragen “purpose”. Dan blijft de maatschappelijke activiteit een dingetje erbij en daar prikken klanten zo doorheen.

Hoe het werkt

We werken van buiten naar binnen. Op basis van inzichten en noden vanuit verschillende invalshoeken bepalen we de business waarde en de maatschappelijke impact die bij het merk past. Dan volgt doelgroep en concurrentie

Natuurlijk moet je weten tegen wie je het in de markt opneemt. Echter, succesvolle merken creëren een samenwerkende omgeving. Bijvoorbeeld samenwerking in de keten; de transitie van een lineaire naar circulaire economie betekent voor marketeers dat je producten nu van twee kanten komen, van je af en naar je toe. Dat kan een bedrijf niet alleen. Samenwerking is van cruciaal belang. Ook met je doelgroep, die zijn zelfbewust en kunnen steeds meer zaken zelf regelen. Gunnen is de sleutel.

Iedereen weet het, karakter kun je niet kopiëren. Waarom laten zo weinig merken vandaag zien waar ze voor staan? Een scherpe brand purpose geeft een lens voor succesvolle samenwerkingen en innovatie.

Waar staat jouw merk voor?


Stel uw vraag aan shared value goeroe Michael E. Porter

Leontine Gast (The Terrace) bezoekt het Shared Value Initiative in NYC (1-3 April)

Duurzaam ondernemen. MVO. De drie P’s. Creating shared value. De termen lijken elkaar in een rap tempo op te volgen zonder echt iets nieuws te zeggen. Maar is dat wel zo? Als we beter kijken, merken we wel degelijk een evolutie in het concept waarop bedrijven kunnen bijdragen aan een betere wereld. Waar we eerst spraken van geen schade of onrecht toebrengen aan mens, milieu & maatschappij, hebben wij ons inmiddels ontwikkeld tot professionele positivo’s; we geloven dat we zelfs een positieve voetafdruk kunnen achterlaten en van waarde kunnen zijn voor volgende generaties. Positive change dus. En laat dit nu net iets zijn waar wij bijzonder in geloven.

Leontine Gast – oprichter van The Terrace – reist daarom op dit moment af naar New York voor een bezoek aan het Shared Value Initiative, een wereldwijd netwerk dat ernaar streeft organisaties wereldwijd te laten kennis maken met de aanpak naar gedeelde waarde. In drie dagen leert Leontine alles over het concept, dat voor het eerst geïntroduceerd werd in de Harvard Business Review in 2011 met het artikel ‘Creating Shared Value’ door professor Michael E. Porter en Mark R. Kramer. Inmiddels zijn er al een flink aantal bedrijven – zoals Google, GE, IBM, Nestle, Johnson & Johnson, Intel en Wal-Mart – mee aan de slag gegaan.

Als eerste Nederlandse shared value consultant, deelt Leontine straks graag haar ervaringen met andere geïnteresseerden. Wilt u meer leren over de toekomst van uw organisatie? Of heeft u een persoonlijke vraag over het ‘shared value’ concept? Deel dit dan met ons en wij zorgen ervoor dat uw vraag aan de heer Porter zelf wordt gesteld!

Hoe? Stel uw vraag via de Blog + via Twitter @theterracenl of @leontinegast

Wat is shared value?

https://www.youtube.com/watch?v=1vK3cxnP6I4