Brandaid? Bedrijven en hulpverlening: shared value in tijden van nood

Op 25 april werd Nepal getroffen door een zware aardbeving die tot nu toe bijna 8.000 mensen het leven heeft gekost. Volgens het Rode Kruis is er, twee weken na de ramp, nog steeds grote behoefte aan basishulp, zoals schoon drinkwater, tenten, zeilen en medische hulp. In Nederland startten de samenwerkende hulporganisaties een actieweek om geld in te zamelen voor de duizenden slachtoffers die dringend hulp nodig hebben. De actie eindigt vanavond.

Scholen, sportverenigingen, kerken, BN’ers – de betrokkenheid bij grote rampen is groot. Ook grote bedrijven dragen steeds vaker zichtbaar bij aan noodhulpverlening. Vaak in de vorm van donaties, maar in toenemende mate ook door structurele samenwerking met internationale hulporganisaties zoals het Rode Kruis en het UN World Food Program.

Multinationals als de nieuwe barmhartige Samaritaan?

Yeah right. Logisch dat de groeiende aanwezigheid van corporates in de non-profit wereld van noodhulp tot scepsis leidt. Maar veel hulporganisaties spreken zich inmiddels uitgesproken uit vóór gecoördineerde samenwerking met het bedrijfsleven. Ook uit onderzoek blijkt dat samenwerking met de private sector noodhulp duurzamer en efficiënter maakt.

De echte waarde die bedrijven toevoegen komt niet in harde dollars, maar in de specifieke capaciteiten die ze vanuit hun core business leveren. De grootste directe hulp komt in de vorm van nieuwe technologie en andere innovaties, en het delen van technische capaciteiten zoals logistiek en telecommunicatie. Zo deelt DSM kennis en producten op het gebied van voeding. Via het World Food Program leveren ze poederzakjes die rijk zijn aan vitaminen en mineralen, zodat de slachtoffers in Nepal – maar ook miljoenen in andere crisisgebieden – toegang hebben tot verrijkt voedsel.

What’s in it for DSM?

Is deze hulp van multinationals volledig onzelfzuchtig of wordt menselijk lijden gebruikt voor het maken van schaamteloze reclame? Natuurlijk is betrokkenheid goed voor het imago van een bedrijf. Als op het journaal te zien is dat hulpverleners rondrijden in een Landrover doet dat meer voor je merk dan een reclame met mooie mensen die een fantastisch leven leiden.

Ook heeft het een positieve invloed op de moraal van werknemers. Want wie wil er nu niet werken voor een organisatie die opstaat om mensen in nood te helpen? Het Rode Kruis maakt het met hun Distaster Relief Partner Program voor bedrijven makkelijk om hun medewerkers snel, eenvoudig, creatief en krachtig in actie te laten komen.

Maar veel bedrijven kijken ook verder dan de eerste periode van crisishulp. Helaas zijn het vooral minder ontwikkelde landen die getroffen worden door zwaar natuurgeweld of humanitaire crisis. Veel gebieden kampten ook voor het uitbreken van de ramp met gebrekkige toegang tot schoon drinkwater, voedsel en moderne communicatiemiddelen.

Hoe wrang het ook is, ingrijpende gebeurtenissen zoals een aardbeving of overstroming kunnen het getroffen gebied in aanraking brengen met nieuwe technologie en andere innovaties. Ook tijdens en na de wederopbouw kunnen deze duurzame waarde toevoegen aan kwaliteit van leven van de lokale bevolking. Bijvoorbeeld door de introductie van mobiele telefonie, zonnepanelen of een verbeterde infrastructuur.

En ja, ook bedrijven spinnen daar garen bij. Want welvaart voor de locals betekent mogelijk nieuwe markten voor bedrijven. En dat is waar shared value over gaat. Het zien van business opportunities door het oplossen van maatschappelijke issues.

Geschreven door Jacobien Crol & Leontine Gast

De landelijke actie voor Nepal eindigt vanavond. Ook daarna kunnen mensen via www.giro555.nl blijven helpen. Directe noodhulp blijft de komende tijd hard nodig.