Greta Thunberg

Het is tijd voor verbinding & activatie voor duurzaamheid

Vorige week werd ik persoonlijk diep geraakt door de speech van Greta Thunberg bij de VN-klimaattop in New York. Toch vraag ik mij een paar dagen later als communicatieprofessional af of haar woorden niet juist contraproductief werken. Moet het doemdenken niet plaatsmaken voor een inspirerende beweging waar iedereen onderdeel van wil zijn? Of kan het één niet zonder het ander?

Doemdenken verstart

De onheilspellende en verontrustende boodschap van de speech is existentieel groot. Zo groot, dat ik niet weet wat ik in hemelsnaam nog kan doen, anders dan het eerste de beste enkeltje boeken naar een tropisch eiland om mijn laatste dagen op deze planeet feestend ten onder te gaan.

Doemdenken verstart en angst zal nooit een drijfveer zijn voor een positieve verandering. Ook angst geeft richting, maar de verkeerde kant op. Dit is het grote probleem van de klimaatdiscussie. Het is een wereld met een beeldtaal van zielige ijsberen op wegdrijvende ijsschotsen. Het is geen wereld die je zin, inspiratie en richting geeft en waar je onderdeel van wil zijn.

De schuldvraag polariseert

Velen die zich bewust zijn van het klimaatprobleem en hun best doen om in hun dagelijkse leven er wat aan te doen, voelen zich aangesproken door de speech. Ondertussen verenigen en sterken klimaatsceptici zich in hun gezamenlijke afkeer. Dan is er de grote middenmoot. Een groep die nog in beweging is te krijgen op dit onderwerp, die ontvankelijk is en te inspireren om meer bewust te worden om in actie te komen. Dat doe je door het probleem te benoemen, een hoopvolle punt op de horizon te duiden en praktische eerste stappen aan te dragen. Niet door te polariseren, maar door te verbinden.

Creëer een beweging waar iedereen bij wil horen

Hoe zou het zijn als in plaats van Thunberg’s speech, er vijf kinderen op het podium stonden, die samen het probleem en de akelige feiten benoemen, maar tegelijkertijd ook een wereld schetsen waarin zij willen leven als ze net zo oud zijn als de aanwezige politici. Vervolgens vertellen ze allemaal welke eerste stap zij hebben genomen om daar te komen. Van kledingruil en een plantaardig dieet tot niet meer vliegen en de wasdroger de deur uit te doen. En ze dagen elke politicus uit om mee te doen om ook de eerste stap te nemen, hoe klein of hoe groot die ook is. Die groep met kinderen verenigen zich in de ‘First Step Club’. Een beweging boordevol voorwaartse visies en eerste stappen.

Geen revolutie zonder rebellen?

We hebben een Greenpeace nodig om onderwerpen op de kaart te zetten, voordat we in beweging komen. Is het ook zo met deze speech? Kan de verbinder niet zonder de rebel? In het geval van Thunberg’s speech twijfel ik. Wat ik wel weet, is dat ik energie krijg van verbinding en activatie. Dat is mijn eerste stap. Samen met klanten, elke klus keer weer.


This content is blocked. Please review your Privacy Preferences.

Alles wat je wilt weten over een MVO-/duurzaamheidsverslag

In deze blog helpen we je op weg om een eerste MVO- of duurzaamheidsverslag te maken.

Waarom zou je een duurzaamheidsverslag maken?

Wist je dat grote bedrijven in de EU zelfs wettelijk verplicht zijn om gegevens over hun duurzaamheidsprestatie te publiceren? Ook voor andere organisaties zijn er genoeg interne en externe redenen om te starten met MVO-verslaglegging.

Extern:

  • Steeds vaker verwachten klanten en partners transparantie over duurzaamheidsdoelstelling en -prestaties;
  • Ook maatschappelijke organisaties en toekomstig personeel willen weten wat er speelt en waar je als organisatie voor staat;
  • Met een verslag kun je vertellen waar je staat, waar je heen wilt en wat je daar nog voor nodig hebt. Mooi aanknopingspunt voor dialoog met je omgeving. 

Intern:

  • Met een jaarlijks verslag laat je aan alle werknemers zien wat er allemaal is bereikt, en ook waar nog uitdagingen liggen;
  • Door mensen te betrekken bij het opstellen van het verslag, betrek je ze ook meer bij de MVO-strategie en de implementatie daarvan;
  • Externe communicatie over doelstellingen, successen en uitdagingen vergroot het commitment in de organisatie.

Hoe lang duurt het om een MVO-/duurzaamheidsverslag te maken?

Om een MVO- of duurzaamheidsverslag te maken ben je zeker een paar maanden bezig. Dit is niet iets wat je in een paar weken doet. De eerste keer kost het ook nog eens meer tijd. Daarnaast zijn er ook andere factoren die hierop invloed hebben. Denk aan de complexiteit, de grootte en de volwassenheid van je organisatie. Waar kleinere organisaties een doorlooptijd hebben van een maand of drie, doen grotere of complexe organisaties er meestal langer over. Over het algemeen lukt het de meeste bedrijven om tussen de drie en zes maanden het verslag af te ronden.

Hoe pak je het aan?

Overtuigd om een eerste MVO-verslag te gaan maken voor jouw bedrijf? Dat zijn hier nog een paar tips om het je iets makkelijker te maken:

  1. Deel het proces in stappen op en maak een goede planning
  2. Denk goed na over wie je in welke fase precies nodig hebt (voor goedkeuring, data, foto’s en andere inhoud);
  3. Maak vooraf een structuur voor het verslag;
  4. En zie het verslaglegging als een reis of een cyclus. Het gaat en het wordt elk jaar beter!

Meer weten?

Volg onze Reporting training of neem contact op met onze verslagleggingsspecialist Marjolein via +31(6)12965895 of marjolein@theterrace.nl om jouw verslagleggingsreis of een andere duurzaam project te voorzien van positieve energie en structuur!


Behaal duurzame doelen door samenwerking

Je kent vast de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties, ook wel de SDG’s of de Global Goals genoemd. Wat houden die nou echt in voor jou en jouw organisatie? Hoe staat het anno 2019 eigenlijk met de Sustainable Development Goals in Nederland? En hoe worden deze doelen door verschillende sectoren opgepakt? Marjolein Baghuis van The Terrace organiseerde een evenement voor alumni van Nyenrode op het kantoor van PricewaterhouseCoopers (PwC ) waar de SDG's het onderwerp van de dag waren.

Duik in de SDGs met virtual reality

Op 29 maart 2019 stelde PwC in Amsterdam haar SDG-dome open voor alumni van Nyenrode.

Het doel van de Verenigde Naties is om deze doelen in 2030 te realiseren. In de dome gingen we in twee teams aan de slag om de duurzame doelen zo snel mogelijk te halen. Zelfs voor mensen die zich al verdiepen in duurzaamheid bleek dat geen makkelijke opgave. Met de beslissingen die wij in de dome maakten kwamen we uit op 2037 en 2044. Deze resultaten en de impact van een kijkje in de duurzame doelen middels virtual reality maakten bij iedereen de urgentie hoger en de overtuiging sterker om in actie te komen.

Beweging onder de oppervlakte bij toepassing SDGS door Nederlandse organisaties

Bij de opening van de SDG dome in februari 2019, lanceerde PwC ook een onderzoek over de toepassing van de SDG’s door Nederlandse organisaties. Hieruit blijkt dat het bedrijfsleven de SDGs omarmt, maar dat deze nog niet effectief geïntegreerd zijn in de strategie en activiteiten. Bij ministeries en gemeentes blijkt een kleine groep aan de slag met de SDG’s, maar dit leidt nog onvoldoende tot andere keuzes. De SDG’s worden ook nog maar weinig genoemd in de jaarverslagen van social enterprises en maatschappelijke organisaties. Zij zien nog onvoldoende meerwaarde om hun impact te linken aan de SDGs. Onder de oppervlakte lijkt er van alles te bewegen, maar organisaties kunnen nog veel meer gebruik maken van de SDG’s. Voor hun eigen bedrijfsvoering, voor hun impact op de wereld en als gemeenschappelijke taal om verbinding te leggen met andere organisaties.

Nederlandse organisaties richten zich vooral op SDG 8 (decent work and economic growth) en SDG 12 (responsible consumption and production). Terwijl we meer aandacht zouden moten hebben voor SDG 5 (gender equality) en SDG 13 (climate action), want daarop blijven we achter ten opzichte van andere landen.

PwC brengt de doelen dichterbij voor klanten en eigen organisatie

Wineke Haagsma, Director Corporate Responsibility van PwC licht toe hoe PwC zelf de doelen heeft geïntegreerd en hoe zij klanten helpen dit te doen. Om een keuze te maken aan welke SDG’s zij willen bijdragen onderkennen zij vier stappen:

  1. Start met de positieve bijdrage van de eigen organisatie
  2. Neem vervolgens actie op de negatieve bijdrage van de eigen organisatie
  3. Richt dan de blik op de positieve impact van je producten en diensten
  4. En ga daarna op zoek naar de negatieve impact in de keten.

Deze vier stappen helpen organisaties te identificeren welke SDG’s uitdagingen en kansen voor de toekomst bieden, en om een keuze te maken. Voor de gekozen SDG’s kijk je dan naar de onderliggende doelen. Maak deze dan heel concreet voor je eigen organisatie, met duidelijke doelen gekoppeld aan de eigen operatie inclusief KPI’s om de voortgang te meten. De SDG selector kan daarbij een handig hulpmiddel zijn.

Zelf heeft PwC met dit proces ook vier SDG’s gekozen en gekoppeld aan de strategie, om echt verschil op te maken. Op hun website kun je meer lezen over de gekozen SDG’s (8, 10, 12 en 16). Wineke’s enthousiasme en openheid zette veel mensen aan het denken hoe ze zelf hiermee aan de slag kunnen gaan.

Duurzame bitterballen bij de borrel

Zoals altijd sloten we de bijeenkomst af met een netwerkborrel. Met biologische wijn en vegetarische bitterballen – van oesterzwammen gekweekt op de eigen koffieprut van PwC kantoren!

Deze bijeenkomst was een initiatief van de VCV Kring voor Duurzaamheid. Hartelijk dank aan Wineke Haagsma en haar team bij PwC voor de gastvrijheid en deze bijzondere middag!

Deze blog van Marjolein verscheen ook op de website van Nyenrode.


Circulair Event Nyenrode

Interface en Rijksoverheid zeggen YES tegen circulair ondernemen!

De aarde is een prachtig circulair ecosysteem. Iets waar we als mensen en organisaties een voorbeeld aan kunnen nemen. Hoewel de lineaire economie lange tijd dominant is geweest, levert het ook grote problemen op. Denk aan de uitputting van eindige grondstofvoorraden en de productie van afval. In de circulaire economie daarentegen worden grond- en reststoffen juist hergebruikt en is energie afkomstig uit hernieuwbare bronnen. Steeds meer ondernemingen en organisaties zien de voordelen en gaan ook circulair werken.

Daarom kwamen op 29 januari 2019 Nyenrode alumni bij elkaar om van Geanne van Arkel, Head of Sustainable Development van Interface (en MVO-manager van het jaar 2018) en Martie van Essen, Programmamanager Versnelling Verduurzaming van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, te horen hoe zij steeds meer circulair gaan werken.

What’s the business case for ending life on earth?

Dit is de vraag die Ray Anderson, de oprichter van tapijtfabrikant Interface, altijd stelde als mensen hem vroegen naar de business case om duurzamer te gaan werken als bedrijf. Na het lezen van het boek The Ecology of Commerce van Paul Hawken gooide hij het roer om vanuit een persoonlijke overtuiging dat we moeten leren van de natuur en dat we als mensheid van fossiele brandstoffen af moeten. Interface lanceerde in 1996 Mission Zero, het ambitieuze plan om in 2020 geen negatieve impact meer op de wereld te hebben.

Met Mission Zero heeft het beursgenoteerde Interface tot 2017 op vele vlakken resultaat geboekt. Ten opzichte van 1996 daalde:

  • De uitstoot van broeikasgassen per productie-eenheid met 96%;
  • Het gebruik van water per productie-eenheid met 88%;
  • De CO2-voetprint van tapijttegels met 66%;
  • Het energieverbruik per productie-eenheid met 43% ;
  • 88% van de energie komt nu uit hernieuwbare bronnen;
  • En 58% van de gebruikte grondstoffen zijn gerecycled of biobased.

Ook leverde de circulaire aanpak meerwaarde op veel andere vlakken: de kosten namen af, de reputatie groeide, het stimuleerde innovatie, de betrokkenheid van medewerkers en andere stakeholders steeg en het bedrijf werd toekomstbestendiger. En nu het bijna 2020 is, heeft Interface een nieuwe missie gelanceerd: Climate Take Back, met als doelstelling om niet alleen de negatieve impact te elimineren maar ook een positieve bijdrage te leveren aan het herstel van onze planeet. Voor hen gaat de circulaire economie allang niet meer alleen over grondstoffen, maar ook over nieuwe businessmodellen, innovatie en inspiratie. Zo haalt Interface nu middels een inclusief business model een deel van haar garens uit kapotte visnetten onder andere uit de Filipijnen. Met mooie bijvangst: ook H&M en andere tapijtfabrikanten maken gebruik van de circulaire garens die door de garenleverancier ontwikkeld zijn op verzoek van Interface!

Practice what you preach

De overheid jaagt het Nederlandse bedrijfsleven met verschillende programma’s en wetgeving aan om duurzamer en meer circulair te ondernemen. Maar wat doet de Rijksoverheid eigenlijk zelf? Want met 111.000 FTE, 10% van het Nederlandse kantorenbestand en € 12 miljard inkoopkracht per jaar heeft de rijksoverheid zelf ook een enorme impact – en daarmee de kans om dingen te veranderen.

Zo boekt het programma Denk Doe Duurzaam van de rijksoverheid mooie resultaten. Uit de jaarrapportage bedrijfsvoering van het Rijk blijkt dat in 2017, ten opzichte van 2016, onder andere:

  • Het energieverbruik per m2 kantoor met 12% daalde;
  • De CO2 uitstoot met 9% afnam;
  • En dat € 7,4 miljoen bespaard werd via de rijksmarktplaats voor gebruikt kantoormeubilair.

Kopieerapparaten worden zoveel mogelijk circulair ingekocht, ICT devices worden hergebruikt, kleding van bijvoorbeeld het leger wordt hergebruikt, of vervezeld voor recycling tot handdoeken. Op de kantoren wordt gestimuleerd om papieren bekertjes meerdere malen te gebruiken. Na gebruik worden ze ingezameld en gerecycled als toiletpapier. Deze maatregelen leveren ook nog eens besparingen op. Het hergebruik van kleding bespaarde het leger tot nu toe € 500 miljoen. Toch leveren circulair en duurzaam ondernemen ook de nodige dilemma’s op voor de overheid. Soms is de schaal van wat de overheid nodig heeft een barrière. Bij de inkoop van kopieerapparaten kon bijvoorbeeld niet één leverancier voldoende circulaire apparaten leveren. En soms vergt de overstap naar een ander bedrijfsmodel investeringen – uit belastinggeld.

Een stip aan de horizon – en beide voeten op de grond

Na de twee inleidingen werden de deelnemers aan de thema-avond actief betrokken door Marjolein Baghuis van The Terrace. Aan de hand van onze "Take a stand icebreaker" moesten  – letterlijk – stelling nemen over circulair ondernemen. Het leverde mooie discussies op met de sprekers en onderling. De overtuiging dat dit nodig is en de ambitie om meer circulair te gaan werken spatten van de groep af, maar toch waren er nog de nodige twijfels over de bereidwilligheid van ieders organisatie en de manier om het echt te gaan doen.

Zo werd van de overheid een veel grotere rol toegedicht, middels eigen inzet, ondersteuning en wetgeving richting ondernemers. Al klonk er ook een duidelijk pleidooi om daar als bedrijfsleven niet op te wachten en gewoon aan de slag te gaan. Waar iedereen het over eens was, is dat deze transitie visionaire leiders nodig heeft. Tijdens de borrel praatte iedereen verder over welke rol zij zelf hebben of willen oppakken op dit gebied.

Circulair Event Rijksoverheid Interface

Deze thema-avond was een coproductie van de VCV Kringen voor Duurzaamheid en Markt & Overheid. We waren te gast op een inspirerende locatie van Mindspace in Amsterdam. ​​​​​

 

 


The Terrace is officieel B Corp!

Wat is de overeenkomst tussen The Terrace, Tony’s Chocolonely, Triodos Bank, Ben & Jerry’s, Patagonia en Dopper? Het zijn allemaal bedrijven die gecertificeerd zijn als B Corp! En daar zijn we trots op.

Wat betekent B Corp eigenlijk?

B Corp is een afkorting voor Benefit Corporation. Het label B Corp is in 2006 opgezet door de Amerikaanse non-profitorganisatie B Lab. Het doel van B Corp is om te zorgen dat bedrijven naast het maken van winst ook bezig zijn met het maken van een positieve impact op het milieu en de maatschappij. Kortom: ‘Using business as a force for good’.

Waarom is The Terrace een B Corp?

Het DNA van een B Corp heeft The Terrace altijd al gehad. The Terrace is namelijk opgericht met als doel om bedrijven te helpen met het realiseren van positieve verandering. Dit doen we nu al elf jaar doormiddel van duurzaamheidsstrategie en -rapporten, branding, communicatie en stakeholder management. Het is onze ambitie om merken en consumenten te inspireren en te activeren om betere, duurzamere keuzes te maken. Naast de positieve impact die we met onze klanten bereiken werd het ook tijd om zelf onze doelen te formaliseren.

Leontine (Oprichter & Algemeen Directeur): "vindt dat B Corp een belangrijk handvat geeft voor het implementeren van positieve verandering binnen de gehele bedrijfsvoering. Bovendien geeft het een netwerk van gelijkgestemde bedrijven waarmee we snellere en grotere stappen richting betekenisvolle economie kunnen zetten."

Hoe word je een B Corp?

B Corp zorgt er dus voor dat bedrijven niet alleen maar kijken naar de impact van een specifiek product of dienst maar juist naar het bedrijf als geheel. Hoe duurzaam zijn we nou zelf eigenlijk bezig? Een goede wereld begint immers bij je eigen keuzes. Daarom moet je om B Corp te worden een strenge ‘impact assessment’ doorlopen over de vijf impact gebieden: milieu, samenleving, beleid, klanten en medewerkers. Wij maken zelf het meest impact op de (lokale) samenleving en onze medewerkers, bekijk online ons B Impact Rapport voor al de scores. Om B Corp te worden moet er 80 van de 200 punten worden gehaald. Dit lijkt makkelijk maar dat is het niet! Probeer het eens zelf door de Impact Assessment vrijblijvend in te vullen.

Geen tijd om stil te zitten!

Dat je eenmaal B Corp bent betekent niet dat je rustig achterover kan zitten. Elk jaar moet je als bedrijf weer bewijzen dat je genoeg en liever nog meer impact kan maken. Daarbij is de beweging sterk aan het groeien, want bij B Corp is er sprake van top drukte. Dit is goed nieuws! Momenteel zijn er 2655 bedrijven B Corp in 60 landen over de hele wereld. In Nederland zijn nu 66 bedrijven B Corp, wordt jouw bedrijf de volgende? Doe ook mee en Be The Change!


De (on)zin van ongeadresseerde reclamefolders

Breng jij wekelijks een kleine kilo reclamefolders naar de papierbak? Dit is niet vreemd, want volgens Milieucentraal krijgt een huishouden zonder brievenbussticker gemiddeld 32 folders per week in de brievenbus. Dit staat gelijk aan 33 kilo folders per jaar!

Een groot deel van deze folders wordt ongelezen weggegooid. Volgens onderzoek van onderzoeksbureau Team Vier is dit 30 procent. Uit onderzoek van de gemeente Utrecht blijkt dat zelfs 39 procent van het ongeadresseerde reclamedrukwerk ongelezen wordt weggegooid. Hoewel de cijfers uit de onderzoeken niet altijd eenduidig zijn, is het probleem duidelijk: ongeadresseerde reclamefolders zorgen voor onnodig veel verspilling en lijken niet meer van deze tijd.

Hechten mensen nog waarde aan een papieren folder?

Volgens de NOM foldermonitor 2018 uitgevoerd door onderzoeksbureau GfK is het antwoord op deze vraag: ja! Meer dan de helft van de Nederlanders zouden de folders gaan missen als ze verdwijnen. Momenteel ontvangen zelfs nog 10,6 miljoen mensen papieren folders tegenover 3,2 miljoen Nederlanders die er geen meer willen ontvangen. De respondenten geven aan dat aanbiedingen, ontspanning en inspiratie de belangrijkste redenen zijn om de folders te bekijken.

Het belang voor de winkelier

Voor de Retail blijven papieren folders een belangrijk middel om de klant te bereiken. Uit het onderzoek komt naar voren dat 81 procent van de mensen in actie komt na het lezen van een folder en bij maar liefst 43 procent wordt nog steeds door de folders het boodschappenlijstje bepaald. In een onderzoek van Customer Media Council blijkt zelfs de omzet van een winkel voor 29 procent bepaald door de reclamefolder.

De digitale folder lijkt een voor de hand liggende oplossing voor de papierverspilling. Echter hebben online folders een kortere leestijd, een lager bereik en leiden dus tot minder actie. Wel is er een kleine opmars te zien van websites en apps waarop verschillende folders bekeken kunnen worden zoals reclamefolder.nlspotta.nl en allefolders.nl.

Het is dus niet verrassend dat de retail- en de folderbranche de ongeadresseerde reclamefolder wil behouden. Ze vinden zelfs het veelgebruikte argument van verspilling onvoldoende steekhoudend’. De folder zou een product zijn dat goed past binnen de circulaire economie, omdat meer dan 80 procent van de folders uit gerecycled papier zou bestaan.

Deze redenatie om verspilling en daar mee onnodige milieubelasting in stand te houden is natuurlijk volledig uit eigenbelang. Van iedereen wordt een inspanning verwacht om te verduurzamen en de folderbranche en retailers moeten ook hun steentje bijdragen.

De overheid grijpt in

Naast de Nee/Ja of de Nee/Nee sticker is in Amsterdam per 1 januari 2018 de Ja/Ja sticker toegevoegd. Hiermee maak je een bewuste keuze voor ongeadresseerde reclamefolders. Het is een opt-in systeem zoals wij dit ook normaal vinden bij mailtjes en nieuwsbrieven. De Raad Nederlandse Detailhandel (RND) laat de gemeente Amsterdam weten bezorgd te zijn over het invoeren van de Ja/Ja sticker. Volgens de RND gaat het de winkeliers 10 procent omzet kosten wat gepaard zal gaan met banenverlies en filiaalsluitingen.

Desondanks lijken andere gemeenten mee te gaan met de invoering van de Ja/Ja sticker. Zo heeft de stad Utrecht de invoering voor 1 januari 2020 op de planning staan en ook in steden zoals HaarlemTilburgRotterdamDen Haag en Arnhem lijkt de invoering een kwestie van tijd.

Denemarken heeft de oplossing

In Denemarken is door FK Distribution het bedrijf NejTak+ (Nee, bedankt +) opgericht. Net als in Nederland, was ook daar kritiek op de milieuvervuiling van folders. Het initiatief houdt in dat mensen online hun folders kunnen uitkiezen die vervolgens geadresseerd worden opgestuurd. Het is een groot succes want een kwart van de Denen is al lid geworden, wat heeft geleid tot een enorme toename van antireclame stickers op de brievenbussen.

Ook in Nederland is er nu een gelijkwaardig initiatief gestart onder de naam kiesjefolders.nl. Omdat de retail branche en de consumenten in Nederland nog altijd grote waarde hechten aan papieren reclamefolders, is Kiesjefolders de ideale oplossing om de verspilling van papier, inkt en energie te voorkomen. In plaats van 32 folders ontvangen deelnemers aan Kiesjefolders gemiddeld nog maar 8 folders in de week. Een makkelijke maar ook enorme besparing van papier, energie en ergernis.

Kortom; de onzin van het weggooien van kilo’s ongelezen ongeadresseerde folders is dus erg makkelijk te voorkomen en zeker niet meer van deze tijd!

 Kom zelf in actie!

  • Vraag hier gratis een nee-sticker aan!
  • Wil je specifieke folders ontvangen? Meld je dan aan bij kiesjefolders.nl
  • Wil je ook geen geadresseerd reclamewerk meer ontvangen? Meld je dan aan bij Postfilter
  • Wil je in Amsterdam wel het hele pakket met folders ontvangen? Bestel dan de ja-sticker

Deze blog is geschreven door Ries Verhoeven, Junior Consultant bij The Terrace.

 


CSR en millennials: de perfecte match?

Op 25 juni waren we te gast bij Friesland Campina om een workshop te geven voor Inter Company Association. ICA is een vereniging van en voor young professionals van vijftig top werkgevers in Nederland. De avond stond in het teken van de verantwoordelijkheid van bedrijven voor hun impact op de samenleving, oftewel Corporate Social Responsibility (CSR). Ruim veertig werknemers van bedrijven als FrieslandCampina, a.s.r, ASML, VolkerWessels, Aegon, Randstad, Tennet, Aon, Arcadis, Eiffel, Royal HaskoningDHV en EY deden mee aan onze workshop “CSR Essentials”.

CSR, je bedrijf kan er niet meer omheen

Bij bijna elk groot bedrijf is er tegenwoordig wel op de website een CSR-rapport te vinden. Initiatieven zoals B-Corps, Shared Value Initiative en The Circle Economy groeien met de dag en helpen bedrijven op een positieve manier om te gaan met de impact die zij hebben op de samenleving en het milieu. Kortom, CSR is bij de meeste bedrijven niet meer weg te denken.

Het belang van CSR werd ook bevestigd door de young professionals die het er allemaal over eens waren dat bedrijven een verantwoordelijkheid hebben voor hun impact op de wereld. Maar op de vraag of hun bedrijf zelf actief is op het gebied van CSR kwamen er andere antwoorden naar voren. Zo vond een vijfde van de aanwezigen op onze CSR Essentials workshop dat hun bedrijf totaal niet actief is op het gebied van CSR. Meer dan de helft van de personen gaven aan dat hun bedrijf wel actief is maar niet actief genoeg. Minder dan een derde van de young professionals konden met trots zeggen: mijn bedrijf is super actief!

Hoe kiezen millennials voor hun werkgever?

Uit onderzoek van het Reputation Institute Benelux blijkt dat ‘Innovatie’ en ‘CSR’ goed zijn voor meer dan 55% van de ‘drivers’ van een reputatie van een bedrijf. Maar kiezen de young professionals van nu ook voor een werkgever die CSR hoog in het vaandel heeft staan?

Volgens het Europese onderzoek van YoungCapital, in samenwerking met de Universiteit Utrecht, blijkt dat millennials steeds vaker een leuke baan met een modaal salaris boven saai werk met een top salaris kiezen. Wat in het onderzoek vooral opvalt is dat het beleid van een bedrijf op CSR buiten de top drie valt van wat jongeren het allerbelangrijkste vinden bij de keuze voor een werkgever. Het leren van nieuwe dingen, het salaris en duidelijk verwachtingen van de werkgever gaan allemaal voor de presentaties op CSR. Toch geeft 58% van de Nederlandse respondenten aan het een belangrijk onderwerp te vinden voor de keuze van een baan.

Hoe groen is de ‘groene generatie’?

Millennials worden ook wel de ‘groene generatie’ genoemd. Maar is deze titel wel terecht? Uit onderzoek van Milieu Centraal blijkt dat dit in de praktijk erg tegenvalt. Een reden hiervoor is dat er vaak onvoldoende kennis en motivatie is om de goede keuzes te maken.

Tijdens de workshop werd de vraag gesteld of de young professionals voldoende kennis over CSR in huis hebben. Meer dan de helft gaf aan dat niet te hebben! Vaak hebben de millennials wel de interesse in CSR maar ontbreekt het aan voldoende kennis om te zorgen dat CSR op de bedrijfsagenda komt. Wij geloven dat meer kennis kan leiden tot een perfecte match tussen CSR en millennials![/vc_column_text]

CSR workshop iets voor jou?

De ‘CSR Essentials: get smart on sustainability’ workshop van The Terrace is voor (jonge) professionals met een passie voor het maken van positieve impact (net als wij!).

Dit is de perfecte workshop voor jou als:

  • Je alles te weten wilt komen over de basisprincipes van CSR
  • Je bent een bestuurder, manager of werknemer van een bedrijf dat nog niet heel actief is op CSR en jij wilt de drijvende kracht worden.
  • Je werkt bij een bedrijf waar al veel aan CSR wordt gedaan maar je wilt mee doen in de actie!

Heb je interesse in de CSR training? Neem dan contact met ons op door een mail te sturen naar hello@theterrace.nl.

Deze blog is geschreven door Ries Verhoeven, stagiair bij The Terrace. Hij heeft sinds kort zijn Bachelor Sociale Geografie op zak en schreef zijn scriptie over voedselcoöperaties in Utrecht.


Een Voedseltransitie of trend?

Je kan er niet meer om heen. Er is de afgelopen jaren een trend zichtbaar waarbij de maatschappij interesse toont in een transparantere, kortere voedselketen met gezond en duurzaam voedsel. Deze trend wordt versterkt door de recente voedselschandalen die dagelijks in het nieuws voorbij komen: het fipronil-schandaal in de pluimveesector, de stalbrand in Erichem en de fraude met paardenvlees. Maar gaat deze trend ook echt omslaan in een transitie?

Deze vraag werd 10 april gesteld tijdens de masterclass voedseltransitie. Onder leiding van Sandra van Kampen (Co-auteur van het boek VOER) werd er met een enthousiaste groep professionals naast de huidige stand van zaken ook een blik geworpen op het toekomstige voedselsysteem.

Een voedseltransitie, wat is dat?

Een transitie is een radicale verandering van een systeem. Een goed voorbeeld van een voedseltransitie is de periode na de Tweede Wereldoorlog waarbij vanuit het uitgangspunt ‘nooit meer honger’ een overgang is gemaakt naar voedselsysteem gebaseerd op schaalvergroting en intensivering. Door deze transitie is een globale voedselmarkt ontstaan waarop voedsel voor een zo laag mogelijke prijs wordt aangeboden. De aanbieder van de laagste inkoopprijs wint een plek in de schappen van de supermarkt. Helaas ongeacht de milieuschade en afstand die het product moet afleggen.

Het Nederlandse voedselsysteem

In Nederland heeft deze transitie geleid tot een voedselsysteem waarbij de fysieke en sociale afstand tussen producent en consument steeds groter is geworden. Door de hoeveelheid schakels en de macht van vijf inkoopkantoren in het systeem, kan de boer geen eerlijke prijs voor zijn product ontvangen.

Kunnen we dit systeem doorbreken?

Ja, we kunnen dit systeem zeker doorbreken! Kijk maar is naar de opkomst van initiatieven die positieve impact willen maken. Om er een paar te noemen: Willem&Drees, Kipster, BioRomeo, The Dutch Weed Burger en De Vegetarische Slager. Met de lancering van de Transitiecoalitie Voedsel in 2017 is er een serieus begin gemaakt om de krachten van deze initiatieven te bundelen om de beoogde transitie te versnellen.

Een voortrekker in de voedseltransitie: Willem & Drees

Drees Peter van den Bosch, één van de oprichters van Willem & Drees, besefte in de loop van zijn carrière bij Unilever dat het voedselsysteem aan verandering toe is. Het omslagpunt was het moment dat Drees de opdracht kreeg om Knorr Vie (een plastic flesje met 50% van de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid groente en fruit) in de schappen van de supermarkt te krijgen.

‘’Ik dacht, als mijn kinderen leren dat groente en fruit uit een flesje komt dan gaat het echt de verkeerde kant op’’.

Drees wil met zijn bedrijf Willem & Drees een voortrekker zijn van de voedseltransitie door buiten het huidige voedselsysteem om een korte keten op te zetten. Zijn missie is volledige transparantie over de herkomst, impact en prijsverdeling van de producten. Door deze werkwijze krijgt de boer weer een eerlijke prijs voor zijn product en weet de consument weer waar zijn eten vandaan komt.

De volgende stap in de voedseltransitie

Volgens Frederike Praasterink (HAS) moeten we niet langer werken aan het verduurzamen van het huidige voedselsysteem. Er moet een transformatie komen naar een ander systeem door nieuwe verbindingen te leggen met de natuur, producenten en consumenten. De waarde van voedsel moet opnieuw worden bepaald doormiddel van true pricing, waarbij de werkelijke kosten, inclusief milieuschade, in de prijs worden opgenomen.

De weg naar een nieuw voedselsysteem is nog lang en dat we pas aan het begin van de transitie zitten is duidelijk. Maar een begin van de transitie is een feit en daar werken wij als The Terrace graag aan mee!

Wist je dat één van onze pilaren voedsel is? Wil je met ons sparren over de voedseltransitie? Neem dan gerust contact met ons op via hello@theterrace.nl. Of wil je op de hoogte worden gehouden van onze activiteiten? Meld je dan hier aan voor onze nieuwsbrief!

Deze blog is geschreven door Ries Verhoeven, stagiair bij The Terrace. Hij heeft sinds kort zijn Bachelor Sociale Geografie op zak en schreef zijn scriptie over voedselcoöperaties in Utrecht.


De toekomst van positive change - Blog Leontine Gast (2/2)

Hoe kunnen we nog meer positive change bereiken in de toekomst? Deze blog is gebaseerd op de speech die Leontine Gast gaf tijdens de gelegenheid van ons 10-jarig bestaan op 7 november 2017. In haar vorige blog keek Leontine terug op het ontstaan van The Terrace in 2007. Hier kijkt ze juist naar de toekomst van positive change aan de hand van haar eigen wensenlijstje –vier wensen.

Toekomst

Op vele gebieden is positieve verandering urgent: wij richten ons vooral op voeding, textiel en energie. Ik had 10 jaar geleden al haast, inmiddels is er geen tijd te verliezen om verbeteringen af te dwingen. Zeer urgente vraagstukken vragen om een slimme, innovatieve en integrale aanpak. Wat heel positief is dat er steeds meer formele doelstellingen komen. Die geven op nationaal en binnen bedrijven richting en bepalen het tempo.

Steeds vaker hoor je dat alle oplossingen voor veel van de maatschappelijke issues er al zijn. Zo weten we prima dat we afscheid moeten nemen van fossiele brand- en grondstoffen en dat we naar hernieuwbare materialen moeten. Waarom is het dan zo lastig om die oplossingen te omarmen en te implementeren. Dat antwoord ligt diep in onszelf, in ons allemaal.

Het menselijke gedrag is hetgeen ons tegenhoudt en ons verder brengt. Maar wij staan onszelf nog veel te vaak in de weg. Ons gedrag heeft meestal een korte termijn focus, soms per kwartaal, terwijl we beslissingen moeten nemen voor de lange termijn, de toekomst van generaties. Ons gedrag richt zich op het oplossen van zichtbare zaken, terwijl we beslissingen moeten nemen over onzichtbare zaken zoals CO2. Ons gedrag richt zich op het welzijn van mensen dichtbij, terwijl de migratie vanuit ver weg daar juist een grote rol in speelt.

Veel van ons leven nog altijd in de ver-van-mijn-bed-show en sommigen bouwen zelfs groot cynisme op, dat vind ik gevaarlijk. De wetenschap wordt afgedaan als verkeerd geïnformeerd en we blijven doen wat we altijd al deden. Namelijk meer nemen dan er feitelijk is. In 2017 vond de World Overshoot Day plaats op 2 augustus. In 1992 was ik in Rio de Janeiro, de eerste conferentie van de Verenigde Naties waar de onderwerpen ecologie en economie met elkaar verbonden werden. Toen was dit nog op 13 oktober, een dikke twee maanden later. En aangezien we nog steeds maar toegang hebben tot 1 planeet zullen we dus meer, betere en grotere stappen moeten zetten. En wel op mondiaal niveau. De 17 SDG’s geven duidelijk richting. Goal nummer 12, sustainable consumptie en productie is wat mij betreft de meest belangrijke om de andere 16 te kunnen realiseren en daar heb ik 4 toekomst wensen over.

Wens 1:

De eerste is om vaart te maken met de implementatie van een voedingspatroon waar plantaardige eiwitten een hoofdrol in spelen. Daar zijn vele redenen voor:

  • Ten eerste het klimaat: Landbouw dieren zijn goed voor een belangrijk deel van de CO2- emissies. De CO2 kilo equivalent van rundvlees is 27, die van eieren 4,8 en van bonen 2.
  • Ten tweede het milieu: 70% van het landbouwareaal wereldwijd wordt gebruikt voor de teelt van veevoer, inclusief pesticides en kunstmest. De gewassen zijn vooral soja en mais. Daarvoor worden bossen gekapt; dit levert monoculturen, verlies aan biodiversiteit en verschraling van de gronden.
  • Ten derde de mensen, de boeren: De spiraal om steeds groter te worden levert zeker niet altijd een beter product, een gelukkiger boer, voor een betere prijs. Het lijkt vaker juist een race naar beneden zonder winnaars. Stel je toch eens voor dat er wereldwijd 1 maaltijd per week verandert van gehaktballetjes naar groenteballetje, van kipnuggets naar falafel.

wens 1:

Mijn tweede wens is dat we alleen nog grondstoffen gebruiken die er al zijn. Voor het eerst in onze tijd leven we als mensheid voorbij onze planetary boundries. Onze levensstijl vraagt nu al 1,8 planeten en als we zo doorgaan houdt het simpelweg op. 3 miljard mensen bewegen van de lage klasse naar de middel klasse in 2030. Dat is goed nieuws, maar het geeft enorme druk op grondstoffen. Dus moeten we onze consumptie en productiepatronen opnieuw herzien.

Elke minuut worden er 1 miljoen plastic flessen gekocht. In 2015 werd 9% van het plastic recycled, 12% verbrand en 79% ging naar de stort. We kunnen alle materialen opnieuw gebruiken en datgene wat we nog uit de grond moeten halen wordt daarvoor gebruikt waar het nut het grootst is ten opzichte van de milieubelasting. Voor een gouden ring heb je bijvoorbeeld 10 ton gouderts nodig of 10 kilo mobiele telefoons. De schatting is dat er 100 miljoen mobiele telefoons in kastjes liggen niets te doen. Er wordt nog geen 10% van de telefoons recycled. Urban mining is een absolute noodzaak om efficiënter met grondstoffen om te gaan.

Wens 3:

Ten derde dat we alle beschikbare technologie en innovatie inzetten om transparantie in productieketens te bereiken. Er zijn al vele experimenten met blockchain in verschillende ketens en daar moeten we er veel meer van hebben.

Wens 4:

Mijn vierde wens is dat merken en mensen zich meer gaan richten op het invullen van een gat in de maatschappij dan het gat in de markt.

Merken zijn aanwezig in alles wat we in het dagelijks leven doen, en hebben daardoor de kracht om het gedrag van mensen te beïnvloeden; in wat we doen, kopen en vinden. Meer merken moeten deze invloed in gaan zetten om mensen te verleiden tot betere en duurzamere keuzes. Voor merken zelf wordt dat een aldoor slimmere keuze, niet in de laatste plaats omdat het steeds lastiger wordt om je met producten te onderscheiden op kwaliteit en mogelijkheden alleen.

“Moedige merken” verbinden zich op eigen wijze aan de issues van de samenleving waar ze deel van uitmaken. Hierbij durven ze tegen de stroom in te gaan en nemen ze hun verantwoordelijkheid in het vinden van oplossingen. Deze merken worden door de consument steeds meer gewaardeerd voor hun creativiteit en de positieve bijdrage die ze leveren. Merk en mens gaan gezamenlijk de strijd aan om de gaten in de maatschappij te dichten en geven zo vorm aan meer betekenis in de economie. We zien dit opkomen door kleine bedrijven en social entreprises. De impact zal echter veel meer vanuit de mainstream merken moeten komen. Daar hoop ik dat we een grote slag zullen maken en zullen we ook ons team voor uitbreiden.

Mijn 4 wensen voor positieve verandering zijn: plantaardige voeding, alle grondstoffen gebruiken die er al zijn, transparantie in ketens en meer activistische merken die positieve gedragsverandering omarmen. Ik hoop dat we de komende 10 jaar flink gas kunnen geven. Daar werk ik graag aan mee!

Geschreven door Leontine Gast (@leontinegast) voor ons 10-jarig jubileumevenement en voor The Terrace blogs. Bekijk hier de after-movie van ons evenement. Om up to date te blijven van The Terrace activiteiten, kunt u zich inschrijven voor onze nieuwsbrief.

 


De reis van MVO, speech Pierre Hupperts

Deze blog is een samenvatting van de speech die Pierre Huppers gaf tijdens de gelegenheid van ons 10-jarig bestaan op 7 november 2017.

De reis van MVO

Pierre nam het publiek mee voor een reis langs de afgelopen dertig jaar om te laten zien welke ontwikkeling MVO heeft doorgemaakt. Van de roerige jaren ’80 waar bedrijven en activisten vaak lijnrecht tegenover bedrijven stonden, tot een voorzichtig groeiend bewustzijn in de jaren ’90 – waar bedrijven zoals The Body Shop al lieten zien dat je ook als commerciële organisatie een verantwoordelijkheid hebt om te zorgen voor mens en milieu.

In de afgelopen jaren zien we dat MVO niet langer iets is dat bedrijven of organisaties alleen doen, maar juist in samenwerking met de wereld om hen heen. Dit blijkt hard nodig, omdat de grote en complexe uitdagingen van deze tijd niet door één individuele partij kunnen worden opgelost.

Tegelijkertijd is dit ook moeilijk, omdat we ons steeds dieper begraven achter ons eigen monopolie op de waarheid. We vinden het lastig ons open te stellen voor het onbekende en om de complexiteit van deze verschillende perspectieven te accepteren.

Een nieuwe balans

De oplossing ligt volgens Pierre in het zoeken naar wat ons bindt. Volgens de Afrikaanse wijsheid Ubuntu, “ik ben omdat wij zijn”, zijn we ondanks onze verschillen allemaal met elkaar verbonden. We moeten op zoek naar een nieuwe balans, tussen ons eigen belang en het algemeen belang. Dit vinden van de balans is dan ook de basis voor The Terrace bij het creëren van positive change!

Heb je ons jubileumevenement gemist? Bekijk hier de after-movie!