Interview: Pierre Hupperts, Voorzitter Convenant Duurzame Kleding en Textiel

Pierre Hupperts, strategy director en partner van The Terrace, is de expert als het aankomt op het voorzitten van complexe onderhandelingen en het komen tot grootschalige oplossingen. Als zijn collega’s zien wij hem regelmatig druk bezig om alle bedrijven en andere belanghebbenden binnen een sector te bewegen naar meer verantwoorde en duurzame praktijken. Geen koud kunstje. Hoe doet hij dat en wat zijn de geheime ingrediënten? We vroegen het aan Pierre.

Convenant Duurzame Kleding en Textiel

‘Wat het afgelopen jaar in mijn werk centraal stond, was het Internationale MVO Convenant Kleding en Textiel. Ik heb de onderhandelingen voorgezeten. Dat Convenant is op 4 juli jl. ondertekend door ruim zestig bedrijven, brancheorganisaties, NGO’s, vakbonden en de Nederlandse overheid. Dat is echt een mijlpaal. Het is mooi om te zien dat na een jaar dat Convenant er ligt en dat al die partijen zich gaan inspannen om de verduurzaming van die sector voor elkaar te krijgen.’

‘Wat opvalt is dat het convenant ambitieus, breed en veel is. Samen zijn negen thema’s bepaald die worden aangepakt, zoals kinderarbeid, leefbaar loon, gedwongen arbeid, milieuverontreiniging en dierenwelzijn. De komende maanden ontwikkelen bedrijven een plan van aanpak waarin zij aangeven of deze issues bij hen in de keten voorkomen en wat ze daaraan gaan doen. Daarnaast wordt er ook gekeken wat zij collectief kunnen doen. Veel van de thema’s zijn systemische problemen die niet zomaar even door een overheid of een bedrijf kunnen worden geregeld. Daarvoor moet met stakeholders op lokaal niveau, in de productielanden, worden samengewerkt. Dat is het mooie aan het Convenant. Partijen gaan samen die systemische issues oppakken, in Nederland en in de productielanden. Dat maakt het een heel mooi initiatief.’

Succesfactoren

‘Een succesvol Convenant begint met het commitment van partijen. De wil om het samen te gaan doen. Iedereen moet voor een oplossing willen gaan. Vervolgens moet die wil worden omgezet in concrete doelstellingen waar overeenstemming over moet worden bereikt. Daarbij mag het wel ambitieus zijn. Alle onderwerpen van het Convenant zijn hardnekkig en bestaan vaak al decennia. Je moet dus ambitie hebben om deze te kunnen aanpakken.’

‘Het aansluiten bij internationale initiatieven is een belangrijk onderdeel voor de slagingskans van het Convenant. In Nederland hebben wij 1 tot 2 procent van de wereldmarkt van textiel. Willen wij echt verandering teweeg brengen in productielanden dan moeten we samenwerken met andere landen, bijvoorbeeld met de Duitse Textielbundnis om samen iets doen aan een of meer van de negen thema's. Of met de EU om Europese afspraken te maken over verduurzaming van de sector. En andere initiatieven zoals de Fair Wear Foundation en Made-by, en de ILO met het Better Work programma. Daarnaast zijn een goed secretariaat en voorzitter nodig om het te begeleiden. ‘

Grootste uitdaging

‘Om tot concrete doelstellingen te komen tussen al die partijen is een uitdaging. Uiteindelijk kan een Convenant alleen maar tot stand komen als partijen bereid zijn om compromissen te sluiten. Dat betekent dat je bijna nooit 100 procent van je eigen wensen binnen haalt. Je moet concessies doen en toch de ambitie overeind houden. Compromissen vinden voor alle activiteiten is echt de uitdaging. Als je kijkt naar mijn rol dan bestaat maar 20 procent uit het voorzitten van formele vergaderingen. De rest van mijn tijd ben ik bezig met bilaterale overleggen, met het zoeken van compromissen, met kleine overleggen tussen partijen om een akkoord te bereiken. De hoofdlijnen hadden we heel snel. Dat lag na 6 tot 8 weken wel op tafel. Om het dan vervolgens heel concreet en specifiek te maken is lastig omdat dan blijkt dat er grote verschillen in inzicht over de uitwerking gaan ontstaan. Die tegenstellingen omzetten in overeenstemming is een grote uitdaging. ‘

Toekomst

‘Ik geloof erg in de wijsheid van de crowd. Ik geloof in het feit dat wij samen meer weten dan een organisatie alleen. Dus ik ben een enorme voorstander van samenwerking, van multi-stakeholder processen waarbij bedrijven, NGO’s, kennisinstellingen en overheden samen gaan zoeken naar oplossingen voor nationale of internationale vraagstukken. De grote uitdaging is om alles wat er de afgelopen jaren gezaaid is aan duurzaamheid en duurzaamheidsinitiatieven nu veel ambitieuzer en veel sneller te gaan realiseren. Die motor in positieve verandering moet er echt komen.

 


Duurzame Kleding en Textiel Convenant ondertekend

Zojuist hebben ongeveer zestig kleding -en textielbedrijven het convenant ondertekend waarin zij zich toeleggen op eerlijke productie. We zijn enorm trots op Pierre Hupperts, onze strategy director en voorzitter van het Convenant, die de totstandkoming van het Convenant faciliteerde.

Een korte reactie van Pierre:

"We zijn heel blij met dit mooie resultaat. Ook vraagt het nu om bescheidenheid: de klus van uitvoering moet nog beginnen. Er was duidelijk commitment bij de partijen om de sector te verduurzamen. En compromis bereidheid. Hierbij besteedde ik als voorzitter de meeste tijd aan informele contacten en overleggen om steeds teksten en compromissen te zoeken die ambitieus en realistisch waren. Door het grote draagvlak onder bedrijven en andere partijen verwacht ik dat er echt verbeteringen gaan plaatsvinden." 

Artikel Volkskrant over het Convenant


Aandacht is het nieuwe groen

Twee grote merken lanceerden deze maand een nieuwe campagne waar ‘aandacht’ centraal staat. Ikea kwam met een nieuwe merkpositionering met de pay-off ‘Aandacht maakt alles mooier’ terwijl Aegon startte met de campagne ‘Aandacht voor je toekomst’. De merken lijken te volgen in een trend. Triodos maakt al een paar jaar sier met de slogan ‘Alles wat je aandacht geeft, groeit’ en ook vleeswarenfabrikant Stegeman stelt aandacht centraal in de communicatie.

Wat is hier aan de hand? Waarom is ‘aandacht’ het nieuwe toverwoord van marketeers en wat vindt de consument daar eigenlijk van? Uit recent onderzoek van De Persgroep Nederland blijkt dat zowel merken als consumenten een groeiende behoefte hebben aan echte aandacht. Ruim 70% van de ondervraagden verwacht dat het voor bedrijven steeds belangrijker wordt om hun oprechte aandacht te geven aan klanten. Waar veel bedrijven nu nog proberen aandacht te kopen, moet aandacht in onze tijd van internet en social media worden verdiend. Oftewel je moet aandacht geven om het te krijgen.

Eerste stap als merk is duidelijk maken waarvóór je dan precies aandacht hebt. In de eerste plaats je klanten, zoveel is duidelijk. Stegeman neemt dit wel heel letterlijk. In hun campagnefilmpje wordt de nietsvermoedende klaar-over moeder Lily meegetroond op paard en wagen naar acteur Thijs Römer, die haar in een kogelvrij vest staat op te wachten. Want: “Ze willen haar in het zonnetje zetten en daarbij is ze een groot fan van politieseries.” Leuk voor Lily, al die aandacht, maar de relatie met vleeswaren (en dus het merk) is volstrekt onduidelijk.

Dat doet Ikea toch beter. Met de nieuwe campagne toont Ikea hoe ontwerpers met aandacht bezig zijn met het ontwerpen van nieuwe producten, waarbij het principe van Democratic Design wordt gehanteerd: balans tussen design, kwaliteit, functionaliteit, duurzaamheid en prijs. Aandacht dus voor het product, de behoefte van klanten, en de wereld om hen heen.

Ikea begrijpt dat de keuken niet langer alleen dient om te koken, maar vaak het hart vormt van ons huis. Door vanuit het DNA van het merk in te spelen op deze latente behoefte weet Ikea gebruikers aan zich te verbinden. Duurzaamheid wordt hierbij integraal meegenomen en niet langer behandeld als een ‘dingetje’ dat ernaast wordt gedaan om de negatieve impact van het bedrijf te verminderen. Aandacht voor de aarde en samenleving is net zo vanzelfsprekend geworden als aandacht voor het product.

Het voorbeeld van Ikea laat zien hoe ‘oprechte aandacht’ gezien kan worden als een verschuiving van duurzaamheid en MVO naar ‘maatschappelijk relevant’ zijn. Aandacht is het nieuwe groen.

 


winning by giving

Winning By Giving oftewel "Shared Value for Brands"

Branding as we know it zit in zwaar weer. Merken hebben steeds meer moeite om zich te onderscheiden. Waar vroeger de keus voor een pak vruchtensap nog overzichtelijk was (Appelsientje of huismerk), is de consument inmiddels verdoofd geraakt door de vele merken die met min of meer hetzelfde verhaal (vers! natuurlijk! gezond!) hun plek opeisen in het schap.

Daar komt bij dat met de komst van internet en social media een nieuwe generatie consumenten is opgestaan. Merken worden niet meer zo maar op hun woord geloofd – toegang tot informatie heeft transparantie en rekenschap hoog op de agenda gezet. Millennials willen merken met een oprechte propositie die echt iets van waarde toevoegen, en niet zomaar het zoveelste variant aanbieden.

De consument die slechts als ‘eindstation’ dient van de keten is snel aan het verdwijnen. We (her)claimen onze rol als burger, als vriend, als ouder of kind en zoeken naar merken die ons ondersteunen in onze waarden. We gebruiken merken als platform waar we onze identiteit uitbouwen en waar we gelijkgestemden vinden.

Veel te veel merken slagen er echter nog altijd niet in om de beloftes die ze doen, waar te maken. Hier heerst nog altijd de gedachte dat met MVO-beleid en corporate giving de negatieve impact van het business model kan compenseren. Maar in de transparante wereld waarin we leven, kan je geen goede naam opbouwen met een verdienmodel dat in de kern niet deugt. Het gaat niet om wat je als merk ‘goed’ doet om het slechte te compenseren. Creating shared value gaat om het positieve verschil maken mét je merk.

Shared value brands als Triodos, Patagonia en Method begrijpen dit. Zij worden herkend, geliefd en gekozen omdat ze waarde toevoegen aan de wereld om hen heen. Niet alleen voor hun gebruikers, maar ook de gemeenschap, werknemers, leveranciers: het hele ecosysteem om het merk heen.

Door iedereen actief bij het merk te betrekken ontstaat er een beweging waar samen wordt gewerkt aan positieve verandering. In plaats van “consumenten" hebben deze merken supporters die zich met liefde inzetten voor het verschil dat jij met je merk wil maken.

Een business propositie die zich vertaalt naar winst voor het bedrijf, haar gebruikers, en de wereld om hen heen. Dat is de kracht van “shared value for brands”.

Meer weten: kom op 3 september naar het Winning By Giving event. Dit wordt georganiseerd door NIMA, InnateMotion, The Terrace en De Hollandsche Meesters. Aanmelden graag via deze link: http://bit.ly/1PbLf4O


Brandaid? Bedrijven en hulpverlening: shared value in tijden van nood

Op 25 april werd Nepal getroffen door een zware aardbeving die tot nu toe bijna 8.000 mensen het leven heeft gekost. Volgens het Rode Kruis is er, twee weken na de ramp, nog steeds grote behoefte aan basishulp, zoals schoon drinkwater, tenten, zeilen en medische hulp. In Nederland startten de samenwerkende hulporganisaties een actieweek om geld in te zamelen voor de duizenden slachtoffers die dringend hulp nodig hebben. De actie eindigt vanavond.

Scholen, sportverenigingen, kerken, BN’ers – de betrokkenheid bij grote rampen is groot. Ook grote bedrijven dragen steeds vaker zichtbaar bij aan noodhulpverlening. Vaak in de vorm van donaties, maar in toenemende mate ook door structurele samenwerking met internationale hulporganisaties zoals het Rode Kruis en het UN World Food Program.

Multinationals als de nieuwe barmhartige Samaritaan?

Yeah right. Logisch dat de groeiende aanwezigheid van corporates in de non-profit wereld van noodhulp tot scepsis leidt. Maar veel hulporganisaties spreken zich inmiddels uitgesproken uit vóór gecoördineerde samenwerking met het bedrijfsleven. Ook uit onderzoek blijkt dat samenwerking met de private sector noodhulp duurzamer en efficiënter maakt.

De echte waarde die bedrijven toevoegen komt niet in harde dollars, maar in de specifieke capaciteiten die ze vanuit hun core business leveren. De grootste directe hulp komt in de vorm van nieuwe technologie en andere innovaties, en het delen van technische capaciteiten zoals logistiek en telecommunicatie. Zo deelt DSM kennis en producten op het gebied van voeding. Via het World Food Program leveren ze poederzakjes die rijk zijn aan vitaminen en mineralen, zodat de slachtoffers in Nepal – maar ook miljoenen in andere crisisgebieden – toegang hebben tot verrijkt voedsel.

What’s in it for DSM?

Is deze hulp van multinationals volledig onzelfzuchtig of wordt menselijk lijden gebruikt voor het maken van schaamteloze reclame? Natuurlijk is betrokkenheid goed voor het imago van een bedrijf. Als op het journaal te zien is dat hulpverleners rondrijden in een Landrover doet dat meer voor je merk dan een reclame met mooie mensen die een fantastisch leven leiden.

Ook heeft het een positieve invloed op de moraal van werknemers. Want wie wil er nu niet werken voor een organisatie die opstaat om mensen in nood te helpen? Het Rode Kruis maakt het met hun Distaster Relief Partner Program voor bedrijven makkelijk om hun medewerkers snel, eenvoudig, creatief en krachtig in actie te laten komen.

Maar veel bedrijven kijken ook verder dan de eerste periode van crisishulp. Helaas zijn het vooral minder ontwikkelde landen die getroffen worden door zwaar natuurgeweld of humanitaire crisis. Veel gebieden kampten ook voor het uitbreken van de ramp met gebrekkige toegang tot schoon drinkwater, voedsel en moderne communicatiemiddelen.

Hoe wrang het ook is, ingrijpende gebeurtenissen zoals een aardbeving of overstroming kunnen het getroffen gebied in aanraking brengen met nieuwe technologie en andere innovaties. Ook tijdens en na de wederopbouw kunnen deze duurzame waarde toevoegen aan kwaliteit van leven van de lokale bevolking. Bijvoorbeeld door de introductie van mobiele telefonie, zonnepanelen of een verbeterde infrastructuur.

En ja, ook bedrijven spinnen daar garen bij. Want welvaart voor de locals betekent mogelijk nieuwe markten voor bedrijven. En dat is waar shared value over gaat. Het zien van business opportunities door het oplossen van maatschappelijke issues.

Geschreven door Jacobien Crol & Leontine Gast

De landelijke actie voor Nepal eindigt vanavond. Ook daarna kunnen mensen via www.giro555.nl blijven helpen. Directe noodhulp blijft de komende tijd hard nodig.

 

 

 

 

 

 

 


Zonder samenwerking bestaat er geen duurzame toekomst - Weg met de patenten!

Toyota’s eerste waterstofauto, de Mirai (Japans voor toekomst), rolde in december 2014 van de band. Het resultaat van twintig jaar en miljarden dollars aan innovatie. Een maand later kondigde het bedrijf aan alle 8.340 patenten op het gebied van waterstoftechnologie vrij te geven. Slacht Toyota zo niet de kip met de gouden eieren?

Toyota wil met het vrijgeven van de patenten de ontwikkeling van de waterstofauto een impuls geven. Een aantal technologische hindernissen stond de opmars hiervan in de weg. Nu Toyota hier grotendeels een oplossing voor heeft gevonden, moedigt het andere fabrikanten aan de technologie te omarmen en zo de ontwikkeling van het rijden op waterstof stimuleren.

Rood lampje? Even omrijden.

Dat is nodig, want Nederland heeft bijvoorbeeld nog maar één particulier tankstation voor waterstof, in Rotterdam. Niet handig als onderweg van Leeuwarden naar Groningen het rode lampje begint te branden.

 Terwijl de waterstofauto toch een aantal grote voordelen kent boven het elektrisch rijden. Waar de gemiddelde elektrische auto niet verder komt dan 200 km, doet de Mirai met een actieradius van 650 km niet onder voor een diesel of benzine auto. Ook gaat het tanken (als je eenmaal een station hebt gevonden) veel sneller dan bij de elektrische wagen: 4 minuten versus uren duimdraaien bij de laadpaal.

 Groot gelijk dus dat Toyota hoopt dat andere automerken haast maken met het ontwikkelen van een vergelijkbaar product. Alleen gaan ze de strijd met de andere auto van de toekomst – de elektrische auto met stekker – niet winnen. Deze is in korte tijd een zichtbaar onderdeel geworden van ons straatbeeld. Laadpalen schieten als paddenstoelen uit de grond, en Tesla CEO Elon Musk ging Toyota al voor in het vrijgeven van patenten in de hoop deze ontwikkeling te versnellen.

 Voor Toyota moet de vaart er dus in, voordat de elektrische auto het volledig overneemt en de waterstofauto een goed bedoeld experiment blijft. Bedankt voor de moeite, maar wij laden lekker met een stekker. Wèg investering.

Dat ziet er patent-uit

Interessant bij de strijd om het duurzame rijden is de rol van patenten. Ooit begonnen als een manier om innovaties te stimuleren, ontwikkelden patenten zich in the 20ste en 21ste eeuw steeds meer als een juridisch wapen voor multinationals om concurrenten dwars te zitten. Met als resultaat dat waardevolle innovaties juist op de plank blijven liggen in plaats van technologische vooruitgang aan te moedigen.

Tesla en Toyata laten nu zien dat – in hun sector – het patent haar functie aan het verliezen is. Het levensvatbaar maken van nieuwe technologieën is niet langer afhankelijk van exclusiviteit en concurrentie, maar gedijt juist bij openheid en co-creatie.

Juist duurzame innovaties vragen om nieuwe business modellen die gebaseerd zijn op (andere) samenwerking met andere partijen – ook met concurrenten. Want om oude systemen te doorbreken en te vervangen voor een duurzaam alternatief is een beweging nodig die breder is dan een individueel bedrijf. Samenwerking wordt een voorwaarde voor winst – zowel voor het bedrijf, als voor de samenleving.


“Scoping Mission of the Colombian Coal Sector” Rapport is naar de Nederlandse overheid gestuurd

In de afgelopen jaren is verantwoorde steenkoolwinning hoog op de politieke agenda komen staan. Aangezien Nederland zeker de komende vijftien jaar nog veel steenkool zal blijven importeren, wil de Nederlandse regering verantwoord handelen binnen de steenkoolketen ondersteunen en versterken, met name in het belangrijkste herkomstland, Colombia.

De Nederlandse ambassade in Colombia heeft The Terrace en BSD Consulting de opdracht gegeven tot een ‘scoping mission’ van de Colombiaanse steenkoolsector. Het doel van de missie was de situatie van  de steenkool-producerende regio’s van Cesar en La Guajira (waar grootschalige en open pit kolenwinning bestemd voor de export is geconcentreerd) in kaart te brengen en de mogelijkheden met betrekking tot een potentiële Nederlandse bijdrage uiteen te zetten.

Ons team is naar Colombia gereisd om de mijnbouw regio's te bezoeken en met relevante groepen belanghebbenden te spreken (Colombiaanse overheid, lokale gemeenschappen, vakbonden, mijnbouwbedrijven, NGOs, etc.). Meer dan 50 interviews werden gedaan om ervoor te zorgen dat het voorstel voor een Nederlandse bijdrage aansluit op de Colombiaanse realiteit en de behoeften van de lokale belanghebbenden. De ‘scoping mission’ identificeerde verschillende uitdagingen op het gebied van milieu, arbeid en sociale vraagstukken in de steenkool producerende regio’s beïnvloed door een politieke context gevormd door vijftig jaar van intern conflict.

De Scoping Mission concludeert dat een bijdrage van de Nederlandse overheid aan de sociale-, milieu- en arbeidsuitdagingen in de steenkoolregio’s haalbaar en wenselijk is. Elke bijdrage moet opgezet en uitgevoerd worden in nauwe samenwerking met Colombiaanse belanghebbenden. De Scoping mission raad aan om de bijdrage van de Nederlandse overheid te organiseren in vier werkstromen:

a. Bemiddeling van een dialoog om de conflicten tussen de betrokken belanghebbenden op te lossen;

b. Middels continue dialoog, de Colombiaanse overheid stimuleren tot een meer proactieve houding in de aanpak van de sociale en milieu uitdagingen in de steenkoolgebieden;

c. Ondersteunen van het vergaren van betrouwbare en onafhankelijke data met betrekking tot de milieu- en sociale effecten, veroorzaakt door de lokale industriële ontwikkeling;

d. Ondersteunen van thematische projecten om de dringende problemen in de mijnregio’s te adresseren (bijvoorbeeld het verbeteren van water management).

Het eindverslag is door minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) naar de Tweede Kamer gestuurd ter voorbereiding van het bezoek van de minister aan Colombia in eind november. Het rapport “Scoping Mission: Understanding the Context of the Colombian Coal Sector” kan hier worden gedownload.


De Gouden Driehoek van MVO, innovatie en verandermanagement

In maart 2015 gaat de leergang Gouden Driehoek van MVO, innovatie en verandermanagement van de Radboud Management Academy in Nijmegen van start. Tijdens deze leergang wordt ingegaan op de snelle veranderingen in de samenleving en hoe bedrijven hiermee om kunnen gaan. De basis hiervoor is de gourden driehoek: maatschappelijk verantwoord ondernemen, innovatie en verandermanagement. De leergang bestaat uit zes dagen die in de periode van 5 maart tot en met eind juni 2015 zal worden gegeven.

De veranderingen in de samenleving gaan snel en het tempo van verandering zal alleen maar toenemen in de komende decennia. Deze snelle veranderingen zetten het functioneren van organisaties en systemen zwaar onder druk. Business modellen verouderen binnen vijf jaar, de systemen van onderwijs en zorg kraken en voor veel organisaties is hun voortbestaan in de huidige vorm niet meer gegarandeerd. Het moet anders , maar hoe?

In deze leergang staan de drie thema’s van de gouden driehoek centraal: MVO, innovatie en verandermanagement. In zes dagen worden deze thema’s en hun samenhang uitgewerkt. De cursist krijgt een aantal praktijkcases waarin getoond wordt hoe de duurzame verandering en innovatie in de praktijk werkt.

The Terrace is nauw betrokken bij deze opzet. Pierre Hupperts heeft de leergang samen met de Radboud Management Academy ontwikkeld, is coördinator van de leergang en evenals Leontine Gast kerndocent van deze opleiding. Pierre Hupperts over de leergang: “als je de huidige maatschappelijke turbulentie goed wilt begrijpen en weten wat je kunt en moet doen, dan is deze leergang een must”

Voor meer informatie http://www.ru.nl/rma/leergangen/maatschappelijk/. Of neem contact op met Pierre Hupperts (pierre@theterrace.nl).