Maak je volgende duurzaamheidsverslag een instrument voor positive change

Hoe kan een duurzaamheidverslag van een last omgezet worden in een instrument voor een betere toekomst? In eerdere gezamenlijke blog posts hadden we het vooral over materialiteit, maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om het creëren van die betere toekomst. Deze blog gaat over manieren om meer uit het verslagleggingsproces te halen. Hopelijk precies op tijd voor diegene die zich midden in de planning van het volgende duurzaamheidsverslag bevinden.

Elk jaar komt de verslagleggingscyclus terug en elk jaar opnieuw komt er veel werk bij kijken. Vanzelf ontstaat dan de vraag of het die investering waard is. Voegt het verslag waarde toe aan de strategie van het bedrijf en aan haar duurzaamheidsinspanningen voor een betere toekomst? Draagt het bij aan de strategische doelen van het bedrijf, naast de naleving van regelgeving en de verantwoordingsverwachtingen van de stakeholders? Voor een verslaggevingsproces conform alle richtlijnen is het antwoord op deze vragen waarschijnlijk nee.

Waarom? Ten eerste omdat duurzaamheidsverslaggeving altijd in een spagaat zit. Duurzaamheid gaat over de toekomst en over lange termijn denken, maar bedrijfsrapportages gaan over het verleden en hebben een tijdsspanne van enkel één jaar. Ten tweede omdat de meeste bedrijven het verslaggevingsproces niet gebruiken om een daadwerkelijke verbinding te maken tussen de huidige duurzaamheidsprestaties en de toekomst. Met onze onderstaande tips kan je deze spagaat overbruggen en kan je het verslaggevingsproces als een krachtig instrument ingezetten. Daar gaan we dan!

Rapporteer het verleden in de context van de toekomst 

Begin bij de wereld die je voor de toekomst wilt! In wat voor wereld wil het bedrijf over vijf tot tien jaar werken? In plaats van alleen terug te kijken, raden wij aan het duurzaamheidsverslag te starten vanuit de lange termijn visie en missie van het bedrijf. Het verslag geeft vervolgens een overzicht van waar het bedrijf zich op dit moment bevindt binnen de beoogde planning.

Wat moet het bedrijf doen om deze visie te bereiken? Hoe ontwikkelen de inspanningen van het bedrijf zich om daar te komen? Als je aan het verslag begint met de visie en met deze vragen, dan schrijf je in de context van de toekomst. Dit is een veel nuttiger perspectief voor het bedrijf zelf en voor de lezers van het verslag.

Focus op wat voor de toekomst belangrijk is

Gebruik de materialiteitsanalyse verder dan het verslag! De meeste verslaggevingsrichtlijnen omvatten een zogenaamde materialiteitsanalyse om de duurzaamheidsonderwerpen te identificeren die in het verslag opgenomen moeten worden. De analyse conform de richtlijnen gaat meestal over wat stakeholders willen weten of wat het bedrijf als belangrijke risico's beschouwt, gebaseerd op eerdere prestaties en angsten voor de toekomst.

Wil je duurzaamheid naar een hoger niveau tillen, ga dan verder dan dit en stel de vraag: 'wat zijn de belangrijkste onderwerpen die we op strategisch niveau moeten managen om waarde te creëren voor zowel het bedrijf als voor de samenleving?' Betrek senior management bij deze analyse. De materialiteitsanalyse zal dan niet alleen de inhoud van het duurzaamheidsverslag informeren, maar zal dan ook een strategische discussie triggeren en een nieuw perspectief geven op wat belangrijk is. Dat is het moment voor duurzaamheid (en duurzaamheidsverslaggeving) om op de agenda van het senior management te komen.

Betrek de stakeholders voor je beoogde toekomst

Betrek je stakeholders bij waardecreatie! Stakeholders zijn van essentieel belang om werkelijk waarde te creëren voor het bedrijf en voor de samenleving. Betrek hen dan ook niet alleen bij het kiezen van de belangrijkste onderwerpen voor het duurzaamheidsverslag (zoals de meeste verslaggevingsrichtlijnen voorschrijven). Nogmaals, maak deze stap van de verslaggevingscyclus strategisch van aard in plaats van deze te beperken tot de scope van het verslag.

En blijf vervolgens ook echt in gesprek met de stakeholders. Beperk de rol van je stakeholders niet tot het kiezen van de onderwerpen. Luister echt naar wat er voor hen van belang is en wat hun doelen zijn. Verken gezamenlijk de wereld die jullie willen bouwen en het pad dat jullie voor oog stellen om daar te komen. Alleen dan ontstaan er kansen voor samenwerking en co-creatie om zowel je bedrijf als de samenleving sterker te maken.

Met deze tips kan je het duurzaamheidsverslag gebruiken als een instrument voor positieve veranderingen voor de toekomst, in tegenstelling tot een veel beperktere registratie van positieve veranderingen in het verleden. Laat ons weten welke tips je het meest nuttig vond!

Deze blog post maakt deel uit van een serie over duurzaamheidsverslaggeving en materialiteit. Het is geschreven door Marjolein Baghuis van The Terrace en Nelmara Arbex van Arbex & Company. Bij GRI hebben zij samengewerkt aan de ontwikkeling en stakeholder engagement rond de G4 Sustainability Reporting Guidelines. Beiden ondersteunen ze nu bedrijven bij strategische duurzaamheidsuitdagingen, materialiteitsanalyses en communicatie.

 


Interview: Pierre Hupperts, Voorzitter Convenant Duurzame Kleding en Textiel

Pierre Hupperts, strategy director en partner van The Terrace, is de expert als het aankomt op het voorzitten van complexe onderhandelingen en het komen tot grootschalige oplossingen. Als zijn collega’s zien wij hem regelmatig druk bezig om alle bedrijven en andere belanghebbenden binnen een sector te bewegen naar meer verantwoorde en duurzame praktijken. Geen koud kunstje. Hoe doet hij dat en wat zijn de geheime ingrediënten? We vroegen het aan Pierre.

Convenant Duurzame Kleding en Textiel

‘Wat het afgelopen jaar in mijn werk centraal stond, was het Internationale MVO Convenant Kleding en Textiel. Ik heb de onderhandelingen voorgezeten. Dat Convenant is op 4 juli jl. ondertekend door ruim zestig bedrijven, brancheorganisaties, NGO’s, vakbonden en de Nederlandse overheid. Dat is echt een mijlpaal. Het is mooi om te zien dat na een jaar dat Convenant er ligt en dat al die partijen zich gaan inspannen om de verduurzaming van die sector voor elkaar te krijgen.’

‘Wat opvalt is dat het convenant ambitieus, breed en veel is. Samen zijn negen thema’s bepaald die worden aangepakt, zoals kinderarbeid, leefbaar loon, gedwongen arbeid, milieuverontreiniging en dierenwelzijn. De komende maanden ontwikkelen bedrijven een plan van aanpak waarin zij aangeven of deze issues bij hen in de keten voorkomen en wat ze daaraan gaan doen. Daarnaast wordt er ook gekeken wat zij collectief kunnen doen. Veel van de thema’s zijn systemische problemen die niet zomaar even door een overheid of een bedrijf kunnen worden geregeld. Daarvoor moet met stakeholders op lokaal niveau, in de productielanden, worden samengewerkt. Dat is het mooie aan het Convenant. Partijen gaan samen die systemische issues oppakken, in Nederland en in de productielanden. Dat maakt het een heel mooi initiatief.’

Succesfactoren

‘Een succesvol Convenant begint met het commitment van partijen. De wil om het samen te gaan doen. Iedereen moet voor een oplossing willen gaan. Vervolgens moet die wil worden omgezet in concrete doelstellingen waar overeenstemming over moet worden bereikt. Daarbij mag het wel ambitieus zijn. Alle onderwerpen van het Convenant zijn hardnekkig en bestaan vaak al decennia. Je moet dus ambitie hebben om deze te kunnen aanpakken.’

‘Het aansluiten bij internationale initiatieven is een belangrijk onderdeel voor de slagingskans van het Convenant. In Nederland hebben wij 1 tot 2 procent van de wereldmarkt van textiel. Willen wij echt verandering teweeg brengen in productielanden dan moeten we samenwerken met andere landen, bijvoorbeeld met de Duitse Textielbundnis om samen iets doen aan een of meer van de negen thema's. Of met de EU om Europese afspraken te maken over verduurzaming van de sector. En andere initiatieven zoals de Fair Wear Foundation en Made-by, en de ILO met het Better Work programma. Daarnaast zijn een goed secretariaat en voorzitter nodig om het te begeleiden. ‘

Grootste uitdaging

‘Om tot concrete doelstellingen te komen tussen al die partijen is een uitdaging. Uiteindelijk kan een Convenant alleen maar tot stand komen als partijen bereid zijn om compromissen te sluiten. Dat betekent dat je bijna nooit 100 procent van je eigen wensen binnen haalt. Je moet concessies doen en toch de ambitie overeind houden. Compromissen vinden voor alle activiteiten is echt de uitdaging. Als je kijkt naar mijn rol dan bestaat maar 20 procent uit het voorzitten van formele vergaderingen. De rest van mijn tijd ben ik bezig met bilaterale overleggen, met het zoeken van compromissen, met kleine overleggen tussen partijen om een akkoord te bereiken. De hoofdlijnen hadden we heel snel. Dat lag na 6 tot 8 weken wel op tafel. Om het dan vervolgens heel concreet en specifiek te maken is lastig omdat dan blijkt dat er grote verschillen in inzicht over de uitwerking gaan ontstaan. Die tegenstellingen omzetten in overeenstemming is een grote uitdaging. ‘

Toekomst

‘Ik geloof erg in de wijsheid van de crowd. Ik geloof in het feit dat wij samen meer weten dan een organisatie alleen. Dus ik ben een enorme voorstander van samenwerking, van multi-stakeholder processen waarbij bedrijven, NGO’s, kennisinstellingen en overheden samen gaan zoeken naar oplossingen voor nationale of internationale vraagstukken. De grote uitdaging is om alles wat er de afgelopen jaren gezaaid is aan duurzaamheid en duurzaamheidsinitiatieven nu veel ambitieuzer en veel sneller te gaan realiseren. Die motor in positieve verandering moet er echt komen.

 


winning by giving

Winning By Giving oftewel "Shared Value for Brands"

Branding as we know it zit in zwaar weer. Merken hebben steeds meer moeite om zich te onderscheiden. Waar vroeger de keus voor een pak vruchtensap nog overzichtelijk was (Appelsientje of huismerk), is de consument inmiddels verdoofd geraakt door de vele merken die met min of meer hetzelfde verhaal (vers! natuurlijk! gezond!) hun plek opeisen in het schap.

Daar komt bij dat met de komst van internet en social media een nieuwe generatie consumenten is opgestaan. Merken worden niet meer zo maar op hun woord geloofd – toegang tot informatie heeft transparantie en rekenschap hoog op de agenda gezet. Millennials willen merken met een oprechte propositie die echt iets van waarde toevoegen, en niet zomaar het zoveelste variant aanbieden.

De consument die slechts als ‘eindstation’ dient van de keten is snel aan het verdwijnen. We (her)claimen onze rol als burger, als vriend, als ouder of kind en zoeken naar merken die ons ondersteunen in onze waarden. We gebruiken merken als platform waar we onze identiteit uitbouwen en waar we gelijkgestemden vinden.

Veel te veel merken slagen er echter nog altijd niet in om de beloftes die ze doen, waar te maken. Hier heerst nog altijd de gedachte dat met MVO-beleid en corporate giving de negatieve impact van het business model kan compenseren. Maar in de transparante wereld waarin we leven, kan je geen goede naam opbouwen met een verdienmodel dat in de kern niet deugt. Het gaat niet om wat je als merk ‘goed’ doet om het slechte te compenseren. Creating shared value gaat om het positieve verschil maken mét je merk.

Shared value brands als Triodos, Patagonia en Method begrijpen dit. Zij worden herkend, geliefd en gekozen omdat ze waarde toevoegen aan de wereld om hen heen. Niet alleen voor hun gebruikers, maar ook de gemeenschap, werknemers, leveranciers: het hele ecosysteem om het merk heen.

Door iedereen actief bij het merk te betrekken ontstaat er een beweging waar samen wordt gewerkt aan positieve verandering. In plaats van “consumenten" hebben deze merken supporters die zich met liefde inzetten voor het verschil dat jij met je merk wil maken.

Een business propositie die zich vertaalt naar winst voor het bedrijf, haar gebruikers, en de wereld om hen heen. Dat is de kracht van “shared value for brands”.

Meer weten: kom op 3 september naar het Winning By Giving event. Dit wordt georganiseerd door NIMA, InnateMotion, The Terrace en De Hollandsche Meesters. Aanmelden graag via deze link: http://bit.ly/1PbLf4O


Brandaid? Bedrijven en hulpverlening: shared value in tijden van nood

Op 25 april werd Nepal getroffen door een zware aardbeving die tot nu toe bijna 8.000 mensen het leven heeft gekost. Volgens het Rode Kruis is er, twee weken na de ramp, nog steeds grote behoefte aan basishulp, zoals schoon drinkwater, tenten, zeilen en medische hulp. In Nederland startten de samenwerkende hulporganisaties een actieweek om geld in te zamelen voor de duizenden slachtoffers die dringend hulp nodig hebben. De actie eindigt vanavond.

Scholen, sportverenigingen, kerken, BN’ers – de betrokkenheid bij grote rampen is groot. Ook grote bedrijven dragen steeds vaker zichtbaar bij aan noodhulpverlening. Vaak in de vorm van donaties, maar in toenemende mate ook door structurele samenwerking met internationale hulporganisaties zoals het Rode Kruis en het UN World Food Program.

Multinationals als de nieuwe barmhartige Samaritaan?

Yeah right. Logisch dat de groeiende aanwezigheid van corporates in de non-profit wereld van noodhulp tot scepsis leidt. Maar veel hulporganisaties spreken zich inmiddels uitgesproken uit vóór gecoördineerde samenwerking met het bedrijfsleven. Ook uit onderzoek blijkt dat samenwerking met de private sector noodhulp duurzamer en efficiënter maakt.

De echte waarde die bedrijven toevoegen komt niet in harde dollars, maar in de specifieke capaciteiten die ze vanuit hun core business leveren. De grootste directe hulp komt in de vorm van nieuwe technologie en andere innovaties, en het delen van technische capaciteiten zoals logistiek en telecommunicatie. Zo deelt DSM kennis en producten op het gebied van voeding. Via het World Food Program leveren ze poederzakjes die rijk zijn aan vitaminen en mineralen, zodat de slachtoffers in Nepal – maar ook miljoenen in andere crisisgebieden – toegang hebben tot verrijkt voedsel.

What’s in it for DSM?

Is deze hulp van multinationals volledig onzelfzuchtig of wordt menselijk lijden gebruikt voor het maken van schaamteloze reclame? Natuurlijk is betrokkenheid goed voor het imago van een bedrijf. Als op het journaal te zien is dat hulpverleners rondrijden in een Landrover doet dat meer voor je merk dan een reclame met mooie mensen die een fantastisch leven leiden.

Ook heeft het een positieve invloed op de moraal van werknemers. Want wie wil er nu niet werken voor een organisatie die opstaat om mensen in nood te helpen? Het Rode Kruis maakt het met hun Distaster Relief Partner Program voor bedrijven makkelijk om hun medewerkers snel, eenvoudig, creatief en krachtig in actie te laten komen.

Maar veel bedrijven kijken ook verder dan de eerste periode van crisishulp. Helaas zijn het vooral minder ontwikkelde landen die getroffen worden door zwaar natuurgeweld of humanitaire crisis. Veel gebieden kampten ook voor het uitbreken van de ramp met gebrekkige toegang tot schoon drinkwater, voedsel en moderne communicatiemiddelen.

Hoe wrang het ook is, ingrijpende gebeurtenissen zoals een aardbeving of overstroming kunnen het getroffen gebied in aanraking brengen met nieuwe technologie en andere innovaties. Ook tijdens en na de wederopbouw kunnen deze duurzame waarde toevoegen aan kwaliteit van leven van de lokale bevolking. Bijvoorbeeld door de introductie van mobiele telefonie, zonnepanelen of een verbeterde infrastructuur.

En ja, ook bedrijven spinnen daar garen bij. Want welvaart voor de locals betekent mogelijk nieuwe markten voor bedrijven. En dat is waar shared value over gaat. Het zien van business opportunities door het oplossen van maatschappelijke issues.

Geschreven door Jacobien Crol & Leontine Gast

De landelijke actie voor Nepal eindigt vanavond. Ook daarna kunnen mensen via www.giro555.nl blijven helpen. Directe noodhulp blijft de komende tijd hard nodig.

 

 

 

 

 

 

 


Stel uw vraag aan shared value goeroe Michael E. Porter

Leontine Gast (The Terrace) bezoekt het Shared Value Initiative in NYC (1-3 April)

Duurzaam ondernemen. MVO. De drie P’s. Creating shared value. De termen lijken elkaar in een rap tempo op te volgen zonder echt iets nieuws te zeggen. Maar is dat wel zo? Als we beter kijken, merken we wel degelijk een evolutie in het concept waarop bedrijven kunnen bijdragen aan een betere wereld. Waar we eerst spraken van geen schade of onrecht toebrengen aan mens, milieu & maatschappij, hebben wij ons inmiddels ontwikkeld tot professionele positivo’s; we geloven dat we zelfs een positieve voetafdruk kunnen achterlaten en van waarde kunnen zijn voor volgende generaties. Positive change dus. En laat dit nu net iets zijn waar wij bijzonder in geloven.

Leontine Gast – oprichter van The Terrace – reist daarom op dit moment af naar New York voor een bezoek aan het Shared Value Initiative, een wereldwijd netwerk dat ernaar streeft organisaties wereldwijd te laten kennis maken met de aanpak naar gedeelde waarde. In drie dagen leert Leontine alles over het concept, dat voor het eerst geïntroduceerd werd in de Harvard Business Review in 2011 met het artikel ‘Creating Shared Value’ door professor Michael E. Porter en Mark R. Kramer. Inmiddels zijn er al een flink aantal bedrijven – zoals Google, GE, IBM, Nestle, Johnson & Johnson, Intel en Wal-Mart – mee aan de slag gegaan.

Als eerste Nederlandse shared value consultant, deelt Leontine straks graag haar ervaringen met andere geïnteresseerden. Wilt u meer leren over de toekomst van uw organisatie? Of heeft u een persoonlijke vraag over het ‘shared value’ concept? Deel dit dan met ons en wij zorgen ervoor dat uw vraag aan de heer Porter zelf wordt gesteld!

Hoe? Stel uw vraag via de Blog + via Twitter @theterracenl of @leontinegast

Wat is shared value?

https://www.youtube.com/watch?v=1vK3cxnP6I4